LUCA, May I Kiss You?

We kunnen met onze ogen diep in de verte kijken. We kunnen de maan zien en de sterren die kilometers van ons lichaam afstaan. Andersom lukt dat niet – zouden we de verte omkeren om bij onszelf naar binnen te kijken, dan houdt het al op bij onze huid. Toen de eerste microscopen werden uitgevonden, werd er dus letterlijk een verdieping in het kijken aangebracht. Ineens bleken een stukje huid, haar of vezel oppervlakken te zijn om in af te dalen. En daar werden hele nieuwe werkelijkheden waargenomen. Eén van de uitvinders zei het als volgt: ‘Dit betreft een nieuw theater van de natuur, een andere wereld.’ (1)

In dat nieuwe theater ging het er bont aan toe, als ik tekeningen uit die tijd bekijk. Zo wisten vroege microscoopgebruikers bijvoorbeeld zeker dat ze in spermacellen mini-mensjes opgevouwen zagen zitten. Microben werden als duivelachtige wezens met drakenvleugels en opengesperde bekken waargenomen, of hadden beren- en krokodillenkoppen op hun kleine lijfjes.(2) De wezens zijn allemaal met precisie en liefde voor detail getekend. Ik zie de haren van hun vacht en hun geschubde huid, kan de tanden tellen in hun bekken. 

MONICA  

“Ik zag bijna iets aankomen waaien, iets aankomen rollen. Niet letterlijk als een plaatje, maar het gevoel van die beweging. Iets dat door de wind voortbewogen wordt, zoals tuimelkruid in een woestijn – dat zag ik op een gegeven moment voor me. Beweging wordt levensvorm.    Ik ben de laatste jaren veel bezig geweest met personages uit fabels en sprookjes, en vaak zijn dat een soort scheppingsverhalen. Dat pakte ik ook op uit dit oerthema: dat er een verhaal van te maken is. Het begin van het leven is een scheikundig scheppingsverhaal. Ons jonge universum begon, las ik, met waterstof en helium. Dus tekende ik die moleculen na, zoals ik ook geometrische vormen en een eencellige begon te tekenen. Ik wist vanaf het begin dat ik er een wezentje bij wilde, ik noem hem ‘het mannetje’. Hij is alleen een lijn, zo min mogelijk materie. Ik zie ‘m als een soort onderzoekertje. Hij duikt met mij het onderwerp in. Ik schep eerst een soort van werkelijkheid door dingen na te tekenen en daarna moet het mannetje zich ertoe verhouden. Hij is eigenlijk een werkwoord. Gaat hij erdoorheen? Wordt hij er deel van of gaat hij het juist dragen? Kruipt hij er langs of gaat hij ergens inzitten, springt hij erop? 

Het mannetje is voor mij een uitvergroting van een manier van in het leven staan: speels, lenig, licht. Je kan ervoor kiezen om je op die manier voort te bewegen. In de dingen kruipen of erop, dingen in beweging zetten, leeg laten lopen, opblazen, opnieuw beginnen. In die zin doet hij me ook denken aan de figuur van de nar, die bij uitstek bedoeld is om iemand even op een ander spoor te brengen. Het is niet de dorpsgek, de nar is een onderbouwd en belangrijk fenomeen. 

Een goede tekening moet me verrassen. Het mag geen voorspelbare weergave blijven. Als dat niet vanzelf ontstaat, weet ik dat er nog iets moet gebeuren. Dan houd ik de tekening onder de kraan of ik ga er in krassen, er met wit krijt overheen tekenen of delen uitgummen. Ik vind dat er iets los moet komen. Dat is het criterium: dat er opeens een geloofwaardige eigen wereld ontstaat.”

Wat er aan de hand was met die eerste beelden zullen we nooit precies weten. Ik kan alleen speculeren: tussen het oog dat op de microscoop werd gelegd en het oog dat naar het tekenpapier was gericht, moet er iets gehaperd hebben in de blik. Woekerde de verbeelding. We zijn inmiddels bijna vier eeuwen verder en hebben het leven binnenin cellen leren te zien. Langzaam zijn we membranen, celkernen en allerlei celprocessen gewaar geworden – onder het stilstaande oppervlak van onze huid bleek een oneindige hoeveelheid beweging te zijn. De brandstof voor alle activiteit wordt geleverd door een molecuul dat werkt als een draaiend rad. Dit mechanisme zorgt er onophoudelijk voor dat energie wordt opgevangen, omgezet, opgeslagen en weer vrijgegeven. In elk van onze cellen zijn dus allerlei werkwoorden aan het werk. Oók als ze slapen.   

Het doet me denken aan een dichtregel van de Mexicaanse dichter Maricela Guerrero. Er was eens een wereld waarin cellen er alleen van droomden/ cellen te worden en hun dromen stroomden in inheemse talen, schrijft ze.(3) Het zou de beginzin van een scheppingsmythe kunnen zijn, een mythe die wetenschappelijk klopt omdat alleen cellen die vermeerderen toekomst hebben.

De mythe is ook in onze eigen cellen terug te lezen. Net zoals astronomen telescopen gebruiken om terug te kijken in de tijd, kan met een microscoop het diepe verleden worden bekeken. Door in te zoomen op het DNA van alle levensvormen hebben biologen een evolutionaire stamboom kunnen uittekenen. Toen ze alle vertakkingen terug volgden naar de dikke stam, bleek dat al het leven uit dezelfde eencellige moet zijn voortgekomen: LUCA, onze last universal common ancestor. Alle levensvormen – van microben tot planten, mensen en andere dieren – hebben van LUCA dezelfde eigenschappen geërfd, zoals DNA en het draaiende rad voor de energiehuishouding.(4). LUCA was al volop in beweging, dromend van vermeerdering.  

MAARTJE 
“Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in onvoorspelbare vormen, zoals pokken op palen aan zee, korstmossen en wieren. Het zijn spannende, rauwe vormen. Er zit beweging in, wat ik ook zoek in mijn werk. Er moet iets van energie in zitten, voordat ik mijn beelden goed vind.
Het is natuurlijk dode materie: het is karton met jute erin versmolten en porselein met glazuur. Maar ik beschouw een sculptuur als een organisme. Iets met een identiteit en energie ook, al is dat er niet vanzelf – ik werk er dagen, weken, maanden aan voordat ik voel dat er energie in begint te komen. Met karton en behangplaksel maak ik een soort papier maché lagen. Steeds als er één opgedroogd is, breng ik een nieuwe natte laag aan en zo ontstaat er laag over laag een almaar dikker en organischer beeld. En omdat het materiaal door de lijm zo vaak nat wordt gemaakt, stort het vaak vanzelf een beetje in, zakt het uit of ontstaat er een holte door het gewicht. Dan kom ik ‘s ochtends mijn atelier binnen en heeft het een nieuwe vorm aangenomen. Dus ook de nacht werkt mee aan het beeld. Die onvoorspelbaarheid vind ik spannend.
Ik vind het mooi om met jute als een soort tussenlaag te werken, een extra huid, alsof de opperhuid al is vergaan en daaronder een andere bloot is komen te liggen. Jute is ook een goede drager voor andere onderdelen gemaakt van borduurwerk of keramiek. Het verwijst voor mij naar hoe er weer dingen kunnen ontstaan als iets doodgaat, dat op iets wat vergaat weer nieuw leven kan groeien. In die zin ben ik op zoek naar een soort symbiose. Als je bijvoorbeeld naar de huid van een vinvis kijkt, dan leven daar allemaal andere wezens op. Micro-organismen, meelifters, pokken, kleine kreeftachtigen – het is een ecosysteem op zich. Huid en habitat zijn symbiotisch met elkaar vergroeid. Diezelfde symbiose hoop ik te bereiken in de sculpturen en ook in de manier waarop ik aan ze werk. Ik wil me als maker (bijna) nederig opstellen, luisteren naar het materiaal, niet-menselijke stemmen toelaten in het proces.”

Dat een cel zou kunnen dromen is mens-denken en ik geloof dat Guerrero precies met die menselijke laag speelt. Ze noemt de talen van cellen ‘inheems’, waarmee ze bedoelt dat het ‘eigen’ talen zijn – de oorspronkelijke talen van cellen voordat ze naar mensentaal werden vertaald. Want als we die celtalen interpreteren, kunnen we niet anders dan door onze menselijke denkramen kijken. We hebben microscopisch leven, net zoals al het andere leven om ons heen, via onze eigen denkbeelden begrijpelijk gemaakt. Hoewel we zelf ruim drie miljard jaar later dan LUCA als nieuwkomers op de tijdlijn verschenen, gaan onze denkbeelden vaak gepaard met dominantie en grootheidswanen. Het lijkt alsof onze soort chronisch het gevoel voor schaal is kwijtgeraakt.  

Daarom denk ik dat Guerrero eigenlijk vraagt in hoeverre we de talen van cellen écht kunnen kennen. Zou er een relatie mogelijk zijn waarin we zowel respectvolle buitenstaanders als onderling verbonden zijn? Een relatie waarin we de wereld niet tot een schouwspel exclusief voor mensen reduceren? Kunnen we toenadering zoeken en verhalen maken, terwijl we tegelijkertijd erkennen dat we nooit aan ons menselijke perspectief zullen ontsnappen?  

Ik geloof dat dit precies het spanningsveld is waarin LUCA, May I Kiss You?, en veel kunst in het algemeen, werkt. Kunstenaars morrelen aan onze ordeningen om zo ons denken en handelen te bevragen. De verbeelding wordt ingezet om buiten de herkenbare kaders andere werelden, realiteiten en mogelijkheden op te dromen. Om te speculeren, spelen, uitvergroten, grappen, confronteren, porren, gaten te prikken en grenzen poreuzer te maken.  

Daarbinnen kan een pissebed kleiner zijn dan een microbe en een microbe een tekening worden om onder door te lopen. Leeft een zeepok in symbiose op een wezen met een huid van jute en karton, die, als je even de andere kant op kijkt, van haar plek zou kunnen komen. Een mannetje, bescheiden in z’n aanwezigheid als lijn, gaat op onderzoek uit. Hij rammelt lenig aan mijn verwachtingen.  

MARIËLLE 

“Ik heb door te tekenen ontdekt dat er een rivier door me heen stroomt. En die stroomt door iedereen. Ik teken vanuit mijn canasto, dat is de ruimte die naast je hart zit. Ik heb dit geleerd van Abel Rodriquez, hij was een plantenexpert en kunstenaar. In je canasto ligt niet je rationele, maar je intuïtieve en spirituele kennis opgeslagen. Ik was benieuwd hoe je je daaraan overgeeft en nog dichterbij je zintuigen kan komen. Dus begon ik jaren geleden met het project Reconstructing the Senses en tekende in eerste instantie elke dag een vogel. Ik tekende niet na, het moest uit mezelf komen. Tekenen is voor mij zwemmen in de rivier, een duik in de intuïtie gebleken. Ik kan op avontuur gaan, in een ruimte of in een gebied terechtkomen dat ik nog niet ken en daar dingen gaan ontdekken. Na het jaar van de vogels heb ik elke dag een plant getekend, daarna elke dag een insect. Natuurlijk was er soms een dag dat het niets leek te worden. Maar mislukt bestaat eigenlijk niet. Al wordt ons dat wel een beetje afgeleerd, ook door al die digitale beelden. Die spiegelen: het blinkt niet genoeg, het is niet perfect genoeg. Maar dat is niet je canasto die spreekt, dat is je rationele brein. 

Ik wil mezelf, als mens en als kunstenaar, binnenstebuiten keren. Me van de mens-wereld naar de meer-dan-menselijke-wereld of voorbij-het-mens-zijn richten. Ik zoek in mijn werk naar manieren om met andere levensvormen in contact te komen, zoals planten en dieren. Ook onderzoek ik mijn eigen bewustzijn en lichamelijkheid in relatie tot de natuur. Op welke manier nemen wij de wereld om ons heen waar en hoe verbeelden we die verbinding? 

Kijkend naar mijn aquarellen werd ik nieuwsgierig of ik vanuit die wereld een grote ‘microbe’ zou kunnen maken. Ik ben toen op zoek gegaan naar een manier waarop ik van textiel een driedimensionale vorm zou kunnen maken. Door linodruk, borduurgaren en raffia in verschillende lagen met elkaar te verbinden zijn de sculpturen ontstaan. Ik vind het een prikkelend gegeven dat je nu onder mijn tekeningen, als een uitvergrote microscopische werkelijkheid, door kan lopen.”

De tentoonstelling is een liefdesverklaring aan LUCA, die ons vanuit onze eigen cellen terug spiegelt dat alle levensvormen altijd onderling verbonden zijn geweest. LUCA is biologie en mythe tegelijkertijd, een onzichtbaar klein en uitdijend groot terrein dat uitnodigt tot nieuwsgierigheid. LUCA is een beginpunt in een verhaal waar alles nog open en mogelijk is. Of, in de woorden van Maricela Guerrero: Cel betekent lege ruimte, als een blad dat kan worden beschreven. (5) 

Welkom in die ruimte. Woeker maar, verbeelding. Ga aan het werk. 
 

Bernke Klein Zandvoort 


Bekijk de vormgegeven versie van de tekst hieronder.

 

  1. 1. Bernike Pasveer, Knowledge of shadows: the introduction of X-ray images in medicine, Sociology of Health & Illness Vol.11,1989 
  2. 2. Horst Bredekamp (red.), Vera Dünkel (red.), The Technical Image – A History of Styles in Scientific Imagery, The University of Chicago Press, 2015 
  3. 3. Maricela Guerro, De droom van elke cel, M10 Boeken, 2025. Vert: Lisa Thunnissen 
  4. 4. Jonathan Kennedy, Een geschiedenis van de wereld in acht plagen, De Bezige Bij, 2023 
  5. 5. Maricela Guerro, De droom van elke cel, M10 Boeken, 2025. Vert: Lisa Thunnissen