Archief

MIRJAM
DE
ZEEUW

Afspiegeling

In algemene zin is het werk van Mirjam de Zeeuw te omschrijven als een mengeling van fotografie, sculptuur en installatie. Deze drie elementen worden, in elk werk opnieuw, zeer nauwkeurig op elkaar afgestemd en dragen elk voor zich aan de inhoud van het werk bij.

In de situaties en locaties waar De Zeeuw haar foto’s maakt, spelen de identiteit en individualiteit – of juist het ontbreken daarvan – van de (afwezige) gebruikers een belangrijke rol. Dikwijls is sprake van een wisselwerking tussen het private en het openbare, bijvoorbeeld in de foto’s van plekken waar deze beide zich vermengen, zoals hotelkamers of paskamers. Het persoonlijke gaat over in het algemene en andersom.

Zo ook in de reeks foto’s die Mirjam de Zeeuw maakte van de plaatsen van haar jeugd in Gouda. Door het ontbreken van personen en andere strikt persoonlijke details kregen de beelden echter het karakter van collectieve herinneringen.
Bij haar foto’s ontwerpt Mirjam de Zeeuw een context, een wijze van presenteren die hun betekenis onderstreept: een bepaalde omlijst of de verwerking in een object of installatie, in de vorm van bijvoorbeeld een vitrinekast, een kaptafel, een passpiegel of een draaideur. Hierin worden de foto’s, als tweedimensionale beelden, gepresenteerd in een driedimensionale context. Ook de plaats waar het werk getoond wordt kan in inhoudelijke zin deel uitmaken van deze context. Soms is deze plaats gelijk aan de plaats waar het werk zijn oorsprong vindt.

In Diepenheim is sprake van twee zeer verschillende plaatsen, waar het werk van Mirjam de Zeeuw wordt gepresenteerd, namelijk de Kunstvereniging en het plaatselijke huis-aan-huisblad ‘Twenth Nieuws van de Week’. Gedurende de acht weken dat de tentoonstelling ‘Afspiegeling’ in de Kunstvereniging is te zien, wordt elke week een foto van Mirjam de Zeeuw paginagroot afgedrukt in het ‘Nieuws van de Week’.

De foto’s komen zo terecht in een openbaar netwerk, dat gebruikmaakt van een voor Diepenheim en omgeving bekend en vertrouwd distributiesysteem. Hierdoor komt het kunstwerk als het ware ieders huiskamer binnen.

De foto’s tonen acht verschillende kaptafels, gefotografeerd in privésituaties. Deze ‘intieme stillevens’ worden in het huis-aan-huisblad afgedrukt temidden van de advertentiepagina’s, waarin artikelen zoals op de foto’s zichtbaar (cosmetica en dergelijke) een volstrekt anoniem aanzien hebben. Deze anonimiteit contrasteert met het persoonlijke karakter dat deze artikelen in hun werkelijke – private – functioneren hebben. Dit werkelijke functioneren wordt door Mirjam de Zeeuw paginagroot getoond. Hiermee becommentarieert zij de schijnwereld, zoals die ons in reclame-uitingen wordt voorgesteld en die zich onder meer baseert op het waarheidsgehalte dat hetgeen gedrukt staat wordt verondersteld te bevatten.

De foto’s en de tegenover geplaatste advertentiepagina’s worden elke week in de Kunstvereniging opgehangen, zodat ze deel gaan uitmaken van de tentoonstelling aldaar. Behalve een overzicht van De Zeeuws werk uit de afgelopen jaren, is hier het meest recente object te zien, een wandobject bestaande uit een lichtbak met een studio-opname van een kaptafel. De vorm van het object, de lichtbak, refereert aan in de openbare ruimte uitgedragen reclameboodschappen. Beeld en wijze van presenteren vormen ook hier formeel en inhoudelijk één geheel.

Het krantenproject, de krantenpagina’s zelf en dit object vormen tezamen één installatie (Installatie 27).