Archief

CAREL
VISSER

Beelden en collages

De tentoonstelling is georganiseerd in samenwerking met Galerie Nouvelles Images, Den Haag

Het uitzicht is tamelijk onverwacht en overweldigend als ik de luiken open van de kamer waarin ik heb overnacht in het huis van de beeldhouwer Carel Visser en zijn vrouw, in Zuid-Frankrijk. Doel van het bezoek is om de beelden uit te zoeken voor een tentoonstelling in de Kunstvereniging Diepenheim. Na overleg met Erik Bos, van Galerie Nouvelles Images in Den Haag, over hoe we zullen samenwerken, heeft hij voorgesteld om de werken ter plaatse te gaan uitzoeken. Hoe de dubbeltentoonstelling in Den Haag en Diepenheim, er kan gaan uitzien is dan nog niet duidelijk. We besluiten de verdeling van de werken af te laten hangen van het beschikbare werk daar in de Haut Garonne, waar Carel Visser sinds enkele jaren woont.

We kwamen in het donker aan en ik heb geen idee van de omgeving. Omdat het stralend weer is, is dat uitzicht vanuit die logeerkamer meer dan verrassend met aan de horizon de besneeuwde toppen van de Pyreneeën.

Ik wandel ’s ochtends door de tuin, zie beelden van Visser staan die ik ken van tentoonstellingen in musea of die ik ken uit catalogi. Een man laat zijn honden uit op het pad door de tuin. Carel Visser en ik kennen elkaar niet. We hebben de avond van de aankomst wel met elkaar gesproken en Visser weet van de bedoelingen van Diepenheim. Ik loop hem tegemoet en hij wijst mij zijn atelier, leidt mij naar binnen en zegt: je kijkt maar rond en zoek maar uit wat je denkt te willen tentoonstellen. Het wordt een fraaie puzzeltocht door het volle atelier. Er staan beelden die duidelijk voltooid zijn. Soms in een groepje bij elkaar. Zoals de beelden die aan boten doen denken, met ruw hout, staal en de bekende autoruiten als zeilen. Maar soms is het niet helemaal helder of iets klaar is, omdat alles zeer dicht op elkaar staat. Van de geweien en de koeienhorens, die aan haken aan de muur hangen, is wel duidelijk dat ze nog op een plek wachten in een beeld.

Carel Visser heeft in de loop van de jaren zoveel frappante staaltjes driedimensionaal improviseren laten zien, waarin geen enkel voorwerp of materiaal op voorhand leek te worden uitgesloten, dat een kleine stapeling van voorwerpen je snel op het verkeerde been kan zetten. Materialen en dingen werden uit hun reguliere functionaliteit gehaald en in soms bizarre combinaties tot een beeld gevormd. Alles verwijst in de beelden vooral steeds naar zichzelf, zonder de kijker buiten te sluiten. Juist die combinaties van vormen en materialen maken dat je steeds alert bent en beter kijkt.

Zo combineerde hij, toen hij nog in de Betuwe woonde, dikwijls dingen die hij in de buurt van zijn boerderij vond. Tractorbanden lieten zich volgens Vissers visie prima combineren met autoruiten of met schapenwol, koeienhorens en touw. Maar ook metalen olievaten, kofferdeksels van een oude auto of de afgezaagde daken ervan, vonden, gecombineerd met jute zakken, een passende plek in de geassembleerde beelden. De ‘ontdekking’ dat in feite alles

op een zeker moment een plek zou kunnen vinden in een beeld, lijkt een parallel te vertonen met de openheid en de elementaire vorm van spelen in de jeugd. De kindsheid uiteraard meer dan voorbij, lijkt er toch iets van die jeugdige, frisse spontaniteit in vrijwel alle werken overeind te blijven. Het is een intellectuele wijze van spelen. Hij verkent de mogelijkheden van het combineren van materialen en vormen tot zij zich toch uiteindelijk in een van te voren niet bekende werkelijkheid lijken te voegen. Visser’s werkelijkheid wel te verstaan. Hij heeft zich als beeldhouwer in al die jaren zoveel vrijheid gepermitteerd, dat je dat assembleren en combineren met plezier mee ervaart.

Bij het beginnen van een beeld is vermoedelijk over het uiteindelijke werk niet alles bekend. In het spel zit ook avontuur verankerd. Soms zal de beeldhouwer versteld staan van zichzelf. De beelden gaan visueel en metafysisch, verder dan hij had gedacht. Het is het moment waarop de toekomst van het beeldhouwwerk zich in zijn heden mengt. De kunst van Carel Visser bezit denk ik een eigen genealogie, dynamiek, logica en autonomie. Zij loopt niet parallel aan de geschiedenis en haar bestaan is telkens weer een ontwikkelen van een nieuwe esthetische werkelijkheid.

Op de tafel op de overloop, voor de logeerkamer waar ik sliep, lagen onaffe stukken collage en karton. Uitgesneden delen, waar soms op een plaats een realistische afbeelding was geplakt van een hoofd, een auto of een schoen. De samenstelling van de onderdelen leidde meestal tot de vorm van een grillig dier. Op een ladekast lagen voltooide collages van karton. Het bruine karton was vrijwel altijd betekend met inktstippen of met donkergrijs grafiet. Het bijzondere van veel werken van Carel Visser is dat je er nooit helemaal achter komt wat het werk expliciet wil zeggen. Er ligt altijd een mysterie in besloten. Je kunt het met je gedachten niet helemaal plaatsen, maar je kunt er ook nooit achteloos aan voorbij gaan. Het trekt aan je gevoelens en het prikt in al je zekerheden. Je reist door tijd en ruimte en je ervaart dat er nog voortdurend ook traditionele beeldhouwprincipes in de beelden aan de orde zijn, maar tegelijkertijd worden ze op een schuine helling van verbeelding gezet. En hebben ze in hun robuustheid en subtiliteit een beroep gedaan op verschillende betekenissen. Namelijk enerzijds die van de vreugde van het nieuwe. En het zichtbare plezier van het maken van iets bijzonders uit schijnbaar onbelangrijk materiaal. Anderzijds die bijna verborgen roep om subtiliteit die in de details zichtbaar wordt en vooral ook in de collages.

Hopelijk ‘bewijzen’ alle beelden die in Diepenheim te zien zijn dit. Dat ik de gelegenheid heb gekregen om in het atelier rond te kijken en voor mijn eigen genoegen een aantal werken mocht uitkiezen, maakte die reis tot een bijzondere ervaring. Ik heb Carel Visser en zijn vrouw daar al voor bedankt. Maar dat kun je in wezen niet vaak genoeg herhalen. Veel dank dus.

Arno Kramer
oktober 2003