Archief

GIJS
ASSMANN

beelden en tekeningen

Ik maak tekeningen en autonome sculpturen. Mijn werk kenmerkt zich door het verhalende karakter en de opbouw uit simpele, stereotype beeldelementen. Ik heb een voorkeur voor beelden die zwartgalligheid inhouden. In een poging mij te verhouden met de totaliteit van het leven, wil ik mij ook verhouden met de dood. De gedachte aan de eindigheid van alles geeft het leven tekening. Tegelijkertijd kan deze gedachte ook beangstigen, omdat het de zekerheid van het dagelijkse leven ondermijnt.

Autobiografische gebeurtenissen die voor mij ervaringen als angst voor de dood en verval, met als gevolg hulpeloosheid betekenen, vertaal ik in stereotype beelden, die metaforen zijn voor die gebeurtenissen. Door het gebruik van beelden als gehangenen, schedels en dode bomen, ontstaat enige afstand tot de bronnen. Deze afstand biedt de mogelijkheid om in het maken van het werk te zoeken naar een persoonlijke betekenis in de gekozen stereotype beelden.
Tijdens het maken van het werk ontstaat ambiguïteit. De dramatische beelden en de luchtige sfeer waarmee deze beelden gemaakt zijn, leiden tot een spanning die opgevat kan worden als bespotting van het zwartgallige. Ik zie het scheppen van kunstwerken dan ook als een manier om de dood te overleven.

De laatste werken die ik heb gemaakt zijn geïnspireerd op gargouilles, waterspuwers op middeleeuwse kerken. Zij representeren vaak op groteske en ludieke wijze de aspecten van de menselijke aard die wij liever verborgen houden, zoals driften en onhebbelijkheden.

Anders dan bij de kerken staan mijn beelden rechtop. Zo is ‘Jan Dopje’ – een uitdrukking die als krachtterm zoiets betekent als ‘potverdorie’ – gemodelleerd als een gehangene, gekleed in een narrenpak. De mimiek is te lezen als levenloos, slapend, geeuwend of schreeuwend. Het felle kleurenpatroon leidt de aandacht af van het dramatische beeld, alsof je moet kiezen tussen het zien van óf de vorm óf de kleur van dit werk. De innerlijke gemoedstoestand, verbeeld in de gezichtsuitdrukking, is letterlijk in ogenschouw te nemen via de openstaande mond. Bij ‘Bottom up’ keert de figuur zich niet alleen binnenstebuiten, maar ook ondersteboven. De opening tot het innerlijk bevindt zich tussen de billen, op een schaamte opwekkende plaats. Deze plaats oefent veel meer invloed op ons leven uit dan wij geneigd zijn te erkennen omdat het verstand in ons hoofd er nauwelijks controle op weet uit te oefenen. Drift heerst over ratio. Het hoofd doet hier dienst als ontlastingskanaal. Deze omkering van de wereld is op te vatten als een spiegel van de werkelijkheid.

Gijs Assmann