Archief

PIETER
VAN
EVERT

Domesticated Walls

Het werk van Pieter van Evert wordt gekenmerkt door een voortdurende, procesmatige ontwikkeling van waarneming, registratie en transformatie van de realiteit, met als einddoel het autonome kunstwerk. In dit proces maakt niet alleen het eindprodukt deel uit van het oeuvre, zoals zich dat aan de toeschouwer presenteert, maar ook de fasen die eraan vooraf gingen. Met andere woorden: het proces is afleesbaar. Sculpturen en tekeningen vormen het eindpunt, waarin de autonomie is bereikt. Hun zelfstandigheid echter komt, ook voor het oog van de toeschouwer, niet uit het niets, maar is gedistilleerd uit de alledaagse realiteiten die hun oorsprong vormen.

De architectuur als concreet onderdeel van de realiteit, vormt een vast vertrekpunt. Zij is aanwezig èn wordt getransformeerd in foto’s, ontwerpschetsen, driedimensionale schetsmodellen en architecturale maquettes, waarin een persoonlijk, gedroomd landschap wordt gecreëerd van tuinen, paviljoenen, tombes en bouwcomplexen, modellen voor een niet te bouwen wereld, die slechts in de geest betreden kan worden. Deze werken zijn te beschouwen als zelfstandige esthetische objecten – ze zijn niet documentair of didactisch bedoeld –, maar vormen tegelijkertijd in Van Everts procesmatige werkwijze een transitorium tussen vertrek- en eindpunt. In deze werken eigent hij zich de architecturale realiteit toe, om zich te ontdoen van haar functionele en toegepaste kaders, ten gunste van de autonome vorm. Architectuur wordt in fasen getransformeerd tot sculptuur. Formele elementen worden geïsoleerd uit het geheel en onderzocht op hun sculpturale kwaliteiten, die vervolgens worden uitgewerkt en verzelfstandigd. Vormen worden losgemaakt van hun context, van hun oorspronkelijke functies en betekenissen, ten gunste van een vrij en onbevangen spel van associaties. Nieuwe en zelfgekozen relaties worden aangegaan. De herinnering aan de oorsprong hoeft niet geheel verloren te gaan, maar is altijd verhuld en onbenoembaar.

De sculpturen die in dit proces ontstaan, hebben niet alleen hun zelfstandigheid op de realiteit veroverd, maar keren zich er uiteindelijk tevens van af. Op geen enkele wijze willen ze reageren of

commentaar leveren op de alledaagse werkelijkheid. Ze gebruiken slechts elementen daaruit als transportmiddel voor een zo groot mogelijke onafhankelijkheid. In die zin kunnen de sculpturen van Pieter van Evert weerbarstig zijn, ook ten opzichte van de toeschouwer, en wellicht zelfs in toenemende mate. In een recente reeks wandsculpturen vindt een ontwikkeling plaats van een betrekkelijke openheid en inzichtelijkheid naar een grotere mate van geslotenheid. Steeds minder hebben de sculpturen openingen die toegang tot hun binnenste verschaffen. Steeds meer worden ze dichtgestopt, afgesloten, hun structuur verhuld door opeenvolgende, elkaar overlappende lagen.

De tentoonstelling van wandsculpturen in Diepenheim draagt de titel ‘Domesticated Walls’. De sculpturen herinneren aan de functies die een wand heeft: wanden scheiden ruimten van elkaar af en fungeren als dragers, ook van weer andere dragers zoals consoles. Pieter van Evert heeft zich de eigenschappen van de wand toegeëigend, hen beroofd van hun oorspronkelijke functionele relaties en vervolgens getransformeerd tot sculpturen, waarin de relaties tussen het dragende en gedragen element worden verhuld en in feite geen rol meer spelen. Onduidelijk is waar het een begint en het ander ophoudt.

Het tektonische element in de sculpturen, meestal een kartonnen ‘skelet’, wordt afgedekt met lagen papiermaché, een zacht, flexibel materiaal dat zich gemakkelijk laat vormen. De substantie past zich aan aan de onderliggende structuur, maar ontkent deze tevens door haar te verhullen met afgeronde contouren. Het skelet wordt ingepakt onder een egaliserend oppervlak, dat beschilderd wordt in één kleur, die de structuur eveneens eerder ontkent dan benadrukt. De nieuwe wandsculpturen zijn bedekt met een intens groen, donkerder dan grasgroen. De kleur lijkt het licht op te zuigen, waardoor dat minder kans krijgt vooruitstekende en terugliggende partijen te prononceren.

In de ‘Domesticated Walls’ heeft Pieter van Evert zich het principe van de wand toegeëigend en ondergeschikt gemaakt aan het principe van het autonome kunstwerk. De transformatie is voltooid.