' ‚Äč

Archief

TON
MARTENS

Frottages en foto's

‘Frottage’, een woord dat weinig mensen kennen, maar dat staat voor een handeling die bijna iedereen wel eens beoefend heeft. Want wie heeft er nooit een muntje op tafel gelegd en dit afgewreven op een vel papier door er met een potlood overheen te gaan?

Ton Martens legt met behulp van frottage de ruwe oppervlakken van bijvoorbeeld muren, straten en vloeren vast op papier; oppervlakken die veelal een verhaal te vertellen hebben.

Aan het begin van de jaren tachtig paste hij de techniek voor het eerst toe op de houtconstructie van een Haags koetshuis dat op de nominatie stond om te worden afgebroken. Fotografie bleek ontoereikend om het karakter, de maat en de details van het gebouw weer te geven. Met frottage lukte dit wel. Martens legde de middelste van de drie standvinken van het gebouw vast op 74 vellen dun Japans papier. Bij het afwrijven verscheen de structuur van het hout, maar ook hamerslagen, timmermanstekens en knaagtunnels van houtworm. De aandacht die het project kreeg zorgde voor een bewustzijnsverandering en het karakteristieke pand kon behouden blijven.

Tussen 1992 en 1996 frotteerde hij de vloeren van 19de-eeuwse arbeiderswoningen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Op het papier toonde een ogenschijnlijk gewone vloer de sporen die de geschiedenis erop achterliet en bleek zo heel bijzonder.

In 1995 vertrok Martens voor de eerste maal naar Japan, naar Kobe, negen maanden na de grote aardbeving. Daar frotteerde hij de sporen die het natuurgeweld op de straten en muren van de stad had achtergelaten. Op vellen

handgeschept papier frotteerde hij onder meer een gescheurde parkeerplaats, restanten van huizen, gespleten kademuren en een gebarsten tempeltrap. Ter afsluiting van de serie van zesentwintig frottages maakte hij een vloerfrottage van een van de vele verwoeste huizen. De familie die er woonde had bij de ramp hun achttienjarige dochter verloren. Voor de ouders betekende de frottage een eerbetoon aan haar.

Eind 1999 reisde Martens wederom naar Japan, ditmaal om de traditionele hofreis van de voormalige handelspost Deshima naar Edo, het huidige Tokio, na te reizen. Deze route (ca. 1500 km) werd van de 17de tot in de 19de eeuw regelmatig door Nederlanders afgelegd om de Shogun eer te bewijzen en zo gunstig te stemmen om de unieke Nederlandse handelsconcessie veilig te stellen. Martens maakte onderweg frottages van restanten van Nederlandse aanwezigheid en van interessante plekken langs de route. Daarnaast fotografeerde hij de frottages in hun oorspronkelijke omgeving.

De kunstenaar laat zijn projecten steeds vergezellen van boekjes die in een zeer kleine oplage worden uitgegeven. Het proces en het uiteindelijke resultaat worden door middel van foto’s, persoonlijke aantekeningen, correspondentie, krantenartikelen en subsidieaanvragen vastgelegd.

‘Als muren konden spreken…’, verzucht men wel eens. Ton Martens maakt met zijn werk dit verlangen waar. De krachtige vormen die bij het frotteren op het papier achterblijven verwijzen, ondanks hun schijnbare abstractie, naar een concreet en herkenbaar verleden.

Tine Zevenhuizen