Archief

LOES
VAN
DER
HORST

Getekend beeld

‘Met twee kanten van een vlak kan ik beter de ruimte in dan vanuit de massa’, zei Loes van der Horst (1919, Noordwijk) over het werk Getekend beeld, dat zij voor haar tentoonstelling in de Kunstvereniging Diepenheim maakte. Tegelijkertijd doet zij daarmee een treffende uitspraak over haar gehele oeuvre.

Getekend beeld bestaat uit drie lange banen Chinees papier die hangen in de hoge ruimte van het gebouw. Het papier is aan beide zijden betekend met zwarte drukinkt. Een gebroken baan in vier stukken. Dunne lijnen suggereren beweging. Zijn de banen onderbroken of groeien de vier stukken juist naar elkaar? De twee buitenste tekeningen hebben een zekere dynamiek. De middelste is meer stabiel.

Een laatbloeier, noemt zij zichzelf. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw, ze was al in de veertig, kreeg Loes van der Horst bekendheid met weefsels waarin zij onderzoek deed naar de vorm, structuur en de aard van het materiaal. Daarmee werd ze vaak op een hoop geveegd met het werk van kunstenaressen die zich bezighielden met ‘textiele werkvormen’, maar dat inhoudelijk veelal niets met haar werk van doen had. ‘Eigenlijk had ik een hekel aan die draadjes’, zegt ze.

Eind jaren zestig koos ze bewust voor de nieuwe kunststof vezels, materiaal dat niet met allerlei romantische connotaties uit het verleden was belast. Ze maakte nauwgezette studies naar vlakken, vlakverdelingen, spanningverschillen in het weefsel. Door deze op te hangen aan twee of meer punten kregen deze werken een driedimensionaal karakter. In de jaren zeventig, tachtig en negentig groeide het werk van Loes van der Horst uit naar grootschalig ruimtelijk werk in opdracht. Overspanningen van vlakken en lijnen die schijnbaar gewichtloos de ruimte bepalen, leiden de blik van de beschouwer waar die normaal niet komt.

Loes van der Horst genoot haar opleiding in Wenen aan de Kunstgewerbeschule. Ze volgde de Vorkurs, een mengeling van grote vrijheid en een gedegen vakopleiding opgezet door Johannes Itten, die zijn ideeën verder ontwikkelde aan het Bauhaus. Vanuit het huis van haar oom en tante was zij getuige van de intocht van Adolf Hitler in Wenen in 1938. De Anschluss dwong haar terug te keren naar Nederland. Aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag maakte zij in 1941 haar opleiding af. Paul Citroen, leraar aan het Bauhaus en eveneens verdreven door de nazi’s, gaf er les. In Nederland ervoer zij het contrast tussen het barokke bergachtige landschap in Oostenrijk en de rechtlijnigheid van het Hollandse landschap. Voor Loes van der Horst betekende de weidse horizon een symbool voor vrijheid. Een paradox in het bezette Nederland.

Naast de zuivere abstractie van Getekend beeld zijn in de Kunstvereniging ook tekeningen te zien waarvan de vormen raken aan de realiteit. Tekeningen waarin vooral landschappen, de horizon, het uitspansel of wolkenluchten te herkennen zijn en soms plantaardige vormen of de menselijke figuur. Was de natuur in al haar uitingsvormen een inspiratiebron voor het werk van Loes van der Horst of ging het werk gaandeweg op de natuur lijken? De kunstenaar haalt haar schouders op. Het is nauwelijks na te gaan wat er eerst was. Haar werk wortelt in het enorme reservoir aan beelden dat zij gedurende haar leven lang in haar geheugen heeft opgeslagen.

Tine Zevenhuizen

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunst