Archief

PIETER
LAURENS
MOL

Hollow Sorrow

Op fietsafstand van het huis van Pieter Laurens Mol in Breukelen hangt aan een hekwerk een in elkaar geknutseld bordje van triplex, waarop oorspronkelijk in zwarte letters geschreven stond: GEEN VUIL STORTEN. Iemand moet ooit de poëzie opgemerkt hebben die in dit simpele directief schuilgaat: door drie letters te verwijderen, waarvan nu nog slechts de contouren op het bordje waarneembaar zijn, is het opschrift verander in: EEN UIL STOREN. Pieter Laurens Mol trof het bord aldus aan. Hij maakte er een foto van en liet deze in negatief afdrukken in een wonderlijke geelgroene kleur, die de raadselachtige tekst in een nachtelijk schijnsel hult en doet denken aan de oplichtende displays van elektronische apparatuur. Een bij toeval gedane – min of meer kant en klare – vondst ligt ten grondslag aan dit werk, maar het toont Mols scherpe blik voor subtiele verschuivingen in de vanzelfsprekendheden van de alledaagse werkelijkheid.

Voor zijn tentoonstelling in de Kunstvereniging Diepenheim heeft hij een aantal werken bijeengebracht waarin het gaat om dergelijke verschuivingen in de taal. In deze werken – uit verschillende perioden, nu voor het eerst bijeen getoond – beproeft Mol de gangbare relaties tussen de verschijningsvorm van de taal en haar inhoud. De taal, of liever: het woord, is bij hem meer dan louter een teken dat verwijst naar iets anders. Mol jongleert met het woord zelf en creëert dubbelzinnigheden en tegenstrijdigheden door middel van subtiele ingrepen in de typografie, kleine wijzigingen, toevoegingen of weglatingen en door de gestalte die hij het woord laat aannemen. In veel gevallen treedt het niet op als onstoffelijk teken, maar toont het ook zichzelf in een concrete materiële gedaante. Zo is de S in ‘Silence d’Orange’ (1998) de sierlijke krul van een sinaasappelschil. De letters van ‘Sssst (Stiltebeeld)’ (1974) bestaan uit ijzeren haken en stukjes rondijzer. De positionering van deze ‘letters’ op een brok champagnekrijt verleent het object een voor Mol typerende meerduidigheid. Deze meerduidigheid hoeft veelal niet gezocht of geconstrueerd te worden,

voor de goede waarnemer is zij impliciet in de taal aanwezig. Voor een werk als ‘E-Motion (Up and Down Diagram)’ (1976) volstaat het letterlijk opvatten van het titelwoord: in acht zwart-wit foto’s begeeft een bewogen E zich dansend door het beeld.

De werken in de tentoonstelling tonen vooral Mols plezier in het ontdekken van deze niet zozeer verborgen, maar zelden benutte, associatieve eigenschappen van de taal. Het plezier ook in het subtiele doorbreken van codes, als een fijnzinnig, maar niet hoogdravend spel voor ingewijden. Een ernstige ondertoon ontbreekt niet in dit spel. Sommige werken hebben zelfs iets vermanends. ‘FOOL SPEED AHEAD’ (1990) kan worden opgevat als een waarschuwing aan het adres van eigentijdse snelheidsmaniakken. Uit titels als ‘Suiciety’ (1975) en ‘Neu Rose’ (1993) spreekt een enigszins zwartgallige thematiek. Maar in zijn omgang met deze thematiek toont Mol zich niet alleen een ernstig, maar ook een relativerend mens. De aan een zijden draadje aan een galg bungelende letters SOS in ‘S.O.S. Pendulum (Gallows for Restless Souls)’ (1990) zijn even hulpeloos als humoristisch.

In zijn speelse ernst vertoont het werk van Pieter Laurens Mol een sterke geestverwantschap met de beeldtaal van de Nederlandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw, waarin onder het oppervlak van een aantrekkelijke voorstelling dikwijls een serieuze boodschap besloten lag, die ook hier voor de goede verstaanders duidelijk was. Maar vooral het genoegen dat zij beleefd moeten hebben aan het herkennen van die boodschap, aan het vermogen de voorstelling in al zijn facetten te ‘lezen’, is een aspect dat ook bij Mol een belangrijke rol speelt, zowel bij de maker als bij de toeschouwer.

Pieter Laurens Mol is een scherpzinnig waarnemer, zijn observaties voorziet hij van een onorthodox scharnierpunt. De kantelingen die daaruit voortkomen, zet hij de toeschouwer voor, tot lering in vermaak.

Lisette Pelsers