Archief

MARIA
ROOSEN

Home is where the heart is

Het materiaal dat Maria Roosen het meest gebruikt is glas. In samenwerking met glasblazers die haar werken uitvoeren ontlokt zij dit materiaal een uitbundig scala aan vormen met een onbekommerde erotische uitstraling: glimmend en glanzend, druipend en uitstulpend, uitbottend en bollend, vooral bollend. Veel zachte, ‘aaibare’ tinten: melkwit, licht blauw, geel, groen of oranje en roze, vooral roze. Borsten en penissen treden op in het werk, maar vooral ook ‘borstachtigen’ en ‘penisachtigen’: vormen met een meer zelfstandige en minder direct aan de menselijke sexualiteit ontleende erotiek. De sterke zintuiglijkheid van het werk is eerder visueel dan tactiel: glas is, als het ‘af’ is, op zichzelf keihard en koud. Het zijn de voluptueuze vormen en de sensuele kleuren die het materiaal een sterke lichamelijkheid verlenen. Soms wordt die lichamelijkheid nog versterkt door de objecten niet ‘naakt’ te laten, maar ze aan te kleden met een wollen trui of door ze in bed te leggen, zoals Maria Roosen deed met twee glazen borsten tijdens de Biennale van Venetië in 1995, waar zij samen met Marlene Dumas en Marijke Warmerdam Nederland vertegenwoordigde.
De tentoonstelling Home is where the heart is in de Kunstvereniging Diepenheim is omgeven met een opmerkelijk toeval. Tegen het einde van de tentoonstellingsperiode moet Maria Roosen, zoals ze het zelf formuleert, haar huis uit. De oude school in Arnhem waar ze woont en werkt, wordt ontruimd. Jaren geleden nam zij daar haar intrek in een gymzaal, die door een paar simpele ingrepen zowel ruimte biedt aan een atelier als aan de essentialia van het dagelijkse, huiselijke bestaan. Beide functies en sferen lopen bijna ongemerkt in elkaar over en lijken voor Maria Roosen onverbrekelijk verbonden. Zo legt ze haar objecten niet alleen in een bed, maar plaatst ze ook fier rechtop in de zitting van een Chesterfield fauteuil in haar atelier. En op het met uitbundinge fruitmotieven gedecoreerde kleed van haar eettafel zet ze twee van haar roze vazen, waaruit ongegeneerde roze uitstulpingen steken.
Dergelijke ‘settings’ zijn niet uitsluitend voorbehouden aan Roosens privésfeer, maar treden ook in de openbaarheid. Ze worden letterlijk herhaald in tentoonstellingen en foto’s ervan zijn rijkelijk opgenomen in publicaties van het werk. Een foto van de twee vazen op het tafelkleed bijvoorbeeld is over twee pagina’s afgebeeld in het boekje Ziezo uit 1998, dat als een voorlopige

oeuvrecatalogus fungeert. De foto kan met de roze uitstulpingen en het fruit naar wens geïnterpreteerd worden als een vrolijk vruchtbaarheidsbeeld, maar kan ook worden gezien als een gewoon huiselijk kiekje: wie ooit bij Roosen is geweest, herkent de situatie.

Het ligt voor de hand dat zij ook naar de Kunstvereniging haar eigen situatie ‘meeneemt’. Zeker nu ze weet dat de nauwe relatie tussen leven en werk, tussen het eigen, dagelijkse bestaan en hetgeen als kunstwerk de wereld ingaat, zo niet verstoord, dan toch in elk geval gewijzigd wordt als ze binnenkort haar gymzaal moet verlaten. Daarom richt ze de Kunstvereniging in bij wijze van tijdelijke verblijfplaats, met alle attributen die daarbij horen.
Het gebouw leent zich ervoor. Ontworpen als kunstruimte biedt het in beginsel evenmin als Roosens gymzaal een decor van huiselijkheid. Maar het heeft wel – net zoals een huis – nadrukkelijk ‘plekken’: een beneden- en een bovenverdieping, een serre, er is een keuken en er zijn toiletten. Dus neemt Maria Roosen een stoel mee en een bed en misschien ook een tv. Op de vloer licht een schaapsvacht, in de ruimte hangt een enorme bedelarmband met glazen bedels, als de slingers die Roosen thuis ophangt als ze haar verjaardag viert. Aan de wand hangen tekeningen en op een lange plank staan drinkglazen in de kleuren van alle bij de glasblazer beschikbare pigmenten. Op een tafeltje houdt een presse-papier van glas een stapeltje uitnodigingen voor tentoonstellingen bijeen, zoals dat bij Roosen thuis ook het geval is. De wc-potten zijn vervangen door haar eigen, met groente en fruit gedecoreerde potten. De tuin van de Kunstvereniging is opnieuw aangelegd en beplant met zonnebloemen.
Met Home is where the heart is doet Maria Roosen meer dan het overbrengen van spullen – zowel kunstwerken als alledaagse voorwerpen en combinaties daarvan – naar een andere locatie. Zij laat de toeschouwer niet alleen haar werken zien, zoals in principe van haar als kunstenaar wordt verwacht, maar ze herschept haar eigen leefwereld zoals die de afgelopen jaren heeft bestaan. Daarmee reageert Maria Roosen gevoelsmatig en ook heel praktisch op haar aanstaande verhuizing als een omstandigheid die zich nu eenmaal voordoet. Dat maakt haar invulling van de tentoonstelling logisch en vooral ook zeer consequent, voorbeeldig voor de essentie van haar werk.

Lisette Pelsers