Archief

GROEPSTENTOONSTELLING

Jonge Beeldhouwers 2000

Timo Martijn Baerwaldt • Willem Buffing • Viktoría Gudnadóttir • Loes Hoeymakers • Daan Iserief • Jeroen Kuster • Barbara Scheidegger • Tim van Tuil

Zoals gebruikelijk brengt de Kunstvereniging Diepenheim ook dit najaar een tentoonstelling met werken van beeldhouwers die in de zomer zijn afgestudeerd. Vorig jaar werden voor het eerst studenten van AKI in Enschede én de Academie Constantijn Huygens in Kampen uitgenodigd. Van de Academie in Kampen werden toen uit een groot aantal eindexamens, drie studenten gevraagd om mee te doen. Voordien was het de gewoonte om het werk van alle eindexamenkandidaten beeldhouwen van de AKI te tonen.

Hoewel de eindexamens op de beeldhouwafdelingen van beide academies in de regel van goede tot hoge kwaliteit zijn, heeft de tentoonstellingscommissie dit jaar voor een andere benadering gekozen. Er werd dit jaar ook gekeken naar interessant werk van specifiek ruimtelijk werkende kunstenaars op andere afdelingen. Van de AKI in Enschede werden ook enkele ex-studenten van de afdelingen Gemengde Media en Monumentale Kunst uitgenodigd. Meer dan in voorgaande jaren werd nu ook op kwaliteit geselecteerd.

Op de tentoonstelling Jonge Beeldhouwers 2000 zal van alle deelnemers tenminste één eindexamenwerk en een nieuw werk te zien zijn.

Timo Martijn Baerwaldt toonde op zijn eindexamen een aantal kleine, van kleurrijke klei gemaakte ‘wezentjes’. De beeldjes waren op verschillende plekken in de tentoonstellingsruimte geplaatst en leken de plinten te bekijken en te besnuffelen. De bescheiden schaal van deze merkwaardige beelden riep een sterke vervreemding op.

Willem Buffing is voor een deel te beschouwen als een handwerksman. Zijn boten lijken, wanneer ze bij elkaar op de grond geplaatst worden, een verhaal te vertellen. Desondanks zijn het, als je het werk nader bekijkt, met zorg gemaakte eenlingen. In zekere zin refereren ze aan objecten uit de modelbouw, maar ze ontstijgen hieraan door de persoonlijk vormgeving en materiaalkeuze.

Viktoría Gudnadóttir werkt van de hier exposerende kunstenaars het minst ruimtelijk. Toch suggereren haar werken ruimtelijkheid. Soms lijken de deels getekende werken op plattegronden of weerkaarten. Soms zijn er delen uitgesneden en ruimtelijk vertaald, waardoor een bijna bergachtige constructie ontstaat. Haar werk refereert aan haar geboorteland IJsland.

Loes Hoeymakers werkt zeer divers. Haar beelden zijn van verschillende materialen gemaakt, al vormt textiel een min of meer constant element. Ze vervaardigde een slappe reuzengestalte van zes meter hoog die een opvallend roze babydoll droeg. Het kleed ‘Loes en haar vrienden’ ziet er eenvoudiger uit. De kleurrijke bollen op het oranje kleed zijn een persoonlijke verbeelding van haar vriendenkring.

Daan Iserief flirt in zijn ruimtelijk werk en vooral in zijn video’s met elementen uit de mode. De dressman in de video die hij in Newcastle maakte, heeft enorme armen die hij beweegt als waren het vleugels. Deze onmogelijke Icarus, omringd door een wijds landschap, komt nooit van de grond.

Jeroen Kuster presenteert zijn zelfgemaakte wezentjes in glazen bakken en stopflessen. De streng opgestelde werken suggereren dat het om eeuwenoude dieren gaat, pas ontdekt en geconserveerd. Het is alsof je door een natuurkundig museum loopt. De referentie aan dieren komt voort uit zijn fascinatie met het dier in het algemeen.

In de beelden van Barbara Scheidegger speelt de menselijke figuur een belangrijke rol. Gestalten, afgegoten in was en zittend op een krukje, stralen een zekere eenzaamheid uit. Een meer opgewekt beeld geeft een serie foto’s waarin zijzelf figureert, verkleed en voorzien van een masker of andere attributen. Vervreemding is een belangrijk aspect in haar werk.

Tim van Tuil is de constructeur van het exposerende gezelschap. Zijn van latten gebouwde constructies zijn zorgvuldig uitgedacht maar hebben tegelijkertijd een weerbarstig en minder gestroomlijnd element in zich. Dit heeft te maken met de ongecompliceerde manier waarop hij de beelden in elkaar schroeft. De wijze van constructie blijft steeds zichtbaar.