Archief

GROEPSTENTOONSTELLING

Jonge Beeldhouwers 2001

Thijs Barendsen • John Brandsen • Floor Coolsma • Mariëlle den Engelsman • Katja Gobrecht • Jeanette Knigge • Martijn Olie • Sietske Oudman • Arvid van der Rijt • Marthijn de Rooij • Jacomijn Schellevis • Kathrin Schlegel • Betsy Schutte • Niki van Strien • Kristiaan Uil • Michael Vleugel

De afstudeerrichtingen Beeldhouwen aan de academies van Enschede en Kampen hebben in de loop der jaren verschillende kunstenaars opgeleid die later in staat bleken zich een plaats te veroveren in de wereld van de beeldende kunst. Het niveau is voor pas afgestudeerden meestal goed tot hoog geweest. Ook dit jaar was de kwaliteit zo goed dat de tentoonstellingscommissie van de Kunstvereniging Diepenheim besloten heeft om niet te selecteren.

Ik kan als docent aan de AKI natuurlijk niet objectief beweren dat de kwaliteit in de regel goed is, maar gelukkig denken anderen daar dikwijls ook zo over. Een groot aantal van de aan de tentoonstelling Jonge Beeldhouwers 2001 deelnemende kunstenaars is bijvoorbeeld al gevraagd deel te nemen aan tentoonstellingen van kunstenaarsgaleries, of aan Art Primeur in het CBK Dordrecht volgend jaar. Het CBK Deventer heeft een tentoonstelling in november en ook enkele galeries in Amsterdam en Rotterdam hebben afgestudeerden uit Enschede en Kampen gevraagd voor exposities. Bovendien hebben enkelen al werken verkocht aan collecties of particulieren. Dit is een signaal dat de organisatoren en kopers perspectieven zien in het werk van deze jonge kunstenaars.

Aan de deelnemers aan de tentoonstelling in de Kunstvereniging Diepenheim is gevraagd om één van hun eindexamenwerken te tonen en een nieuw werk te maken. Bij de meesten is dit laatste werk dus het eerste dat niet onder de paraplu van de academie tot stand is gekomen. Of dat ook iets zal zeggen over de kwaliteit van de werken is natuurlijk de vraag. Het zal in elk geval wel discussie opleveren.

De diversiteit van het werk op het eindexamen was enorm groot. Weinig jonge beeldhouwers werken op een min of meer traditionele manier. Het is een interessant feit dat de student het klassieke begrip beeldhouwen op een eigen wijze lijkt te herdefiniëren. Wel blijft zichtbaar dat de kunstenaar het driedimensionale als leidraad heeft. Een beeld houwen komt dus weinig voor. De uiteindelijke vorm is niet meer beperkt tot substantieel materiaal en massa. Men kiest ook veel meer vanuit inhoudelijke motieven voor een bepaalde vorm en uitvoering in materiaal. Bovendien beperkt de kunstenaar zich niet tot een werk waar je ‘omheen kunt lopen’. Er kan evengoed een installatie ontstaan, waarin de ingreep in een ruimte belangrij is, of er kan met fotografie of video zijn gewerkt.

Arno Kramer