Archief

PAUL
DE
REUS

Met z'n twee

Daar sta ik dan. In een ruimte vol met lucht. Mijn ogen doorboren die lucht en mijn zicht stopt bij de vlezige kleur van lichamen. Ledematen in elkaar verstrengeld vormen twee personen waartussen nauwelijks ruimte meer over is. De kracht waarmee ze elkaar omhelzen zorgt ervoor dat de ruimte die ik voel niet alleen onzichtbaar is geworden maar ook ontastbaar.
De verandering in de lucht is magisch. De beelden zijn zo dominant en confronterend dat ik de neiging krijg om zoveel mogelijk ruimte in te nemen. Niet dat ze zo groot en intimiderend zijn, sommige zijn namelijk niet groter dan mijn linkerpink. Nee, de beelden worden omhuld door tastbare ruimte. En die ruimte verbindt de lichamen van materiaal met mijn eigen lichaam.
De beelden zijn gemaakt van materialen en gevormd door kunstenaarshanden. Mijn lichaam niet. Maar toch voel ik me nu kunstmatiger dan de beelden. Ik kijk naar hun basale houdingen die relaties aangaan. In een omhelzing of tijdens een geboorte. Maar in dit geval ook met mij. Ik voel het verschil tussen de pose van de beelden en de pose van mijn lichaam. Met mijn armen langs mijn zij, mijn handen bij mijn bovenbenen sta ik samen met deze beelden in de ruimte. Ze bewegen niet, ze spreken niet, maar hun poses zijn vanzelfsprekend. Mijn pose daarentegen is een houding. Het is een houding die mij is aangeleerd en verre van vanzelfsprekend.

Ik besluit te veranderen. Ik beweeg mijn benen langs mijn handen door de ruimte.
Normaliter loop ik op de manier waarop ik denk te voldoen aan verwachtingen. De verwachtingen die de wereld aan mij stelt. In een discotheek ben ik de sexy vrouw, op een sollicitatiegesprek een intelligente brok hersens, met vriendinnen de gezellige compagnon en bij mijn oppaskinderen hun moeder. Ik kleed me ernaar, ik beweeg ernaar, en verberg me achter talloze personages die ik speel. Maar in deze ruimte weet ik niet meer goed hoe ik me moet gedragen of lopen door de lucht.
De beelden dwingen mij een houding aan te nemen die zich losmaakt van alles dat ik ken. Alles waar ik mee ben opgegroeid of heb toegeëigend uit andermans manieren laat ik los. Ik sluit mijn kledingkast waarin goedgeoefende persiflages van mezelf hangen. Ik verplaats me in de beelden en hun basale boodschap die ze uitdragen. Ze zijn niet bang voor de verwachtingen van de wereld. Ze laten mij zien hoe de ruimte wijkt voor hun omhelzing en de liefde die daaruit spreekt. Dat een relatie pas echt is als de lucht vol verwachtingen tussen twee mensen kan oplossen tussen hun lichamen.
Ik zuig die lucht diep in mijn longen en beweeg mijn lichaam de wereld in. Daar sta ik dan. Met mijn voeten in het gras en de zon op mijn schouders.

Inez Piso

Credits

Fotografie
René Damkot