Archief

ARNO
VAN
DER
MARK

P.V.S.P.

P.V.S.P. – private versus public, public versus private.

De titel van de tentoonstelling van Arno van der Mark vormt een ‘loop’*, een oneindig, zichzelf hernemend circuit.

Vier beeldschermen tonen een publiek, dat zich beweegt in het gebouw van de Kunstvereniging. Dit publiek bestaat uit acht eeneiige tweelingen, zestien individuen, maar met een hoge graad aan onderlinge verwantschap en zelfs eenvormigheid. In deze hoedanigheid en samenstelling staat de groep model voor het kunstpubliek. De zestien gedragen zich als een publiek, kijken, lopen rond, zitten en lezen. De attributen zijn minimaal: acht klapstoelen, wat boeken, kranten. Vooral is het duidelijk dat de zestien in de ruimte, in de Kunstvereniging, verblijven. Op een eerder tijdstip hebben ze zich hier bevonden. Hun bewegingen en handelingen op deze plaats zijn vastgelegd en worden nu getoond op de vier schermen, die tezamen een ‘loop’ vormen, een onafgebroken, wederkerende reeks beelden.
De beeldschermen bestralen de ruimte, die gecomprimeerd en afgebakend is door een strakke lambrizering. Daarbinnen staan de acht klapstoelen. In ouderwetse houten houders hangen krant, elke dag ververst. Er wordt koffie geserveerd. Er is sprake van een verblijfsruimte, ingericht voor het publiek, voor de gebruikers. Elders tonen vitrines een veld van letters, initialen van leden en bezoekers van de Kunstvereniging, ontleend aan het adressenbestand.

De functie van de Kunstvereniging als openbare ruimte wordt manifest gemaakt, haar publieke karakter wordt – in plaats van een voorwaarde voor presentatie – zelf tot presentatie. Het publiek wordt tot onderwerp van de tentoonstelling.
De individuele bezoeker gaat deel uitmaken van het publiek dat hem voorging, het publiek op de beeldschermen, het publiek van de Kunstvereniging. De gebruikers van het gebouw vormen een ‘loop’, een oneindig, zichzelf hernemend circuit.

De bovenverdieping van het gebouw wordt deels ingenomen door drie staande kasten of vitrines van gespoten metaal, met één transparante zijde. De kasten maken deel uit van een totaal van acht identieke objecten, door Arno van der Mark als ‘cultural boxes’ ontworpen voor de openbare ruimte van Diepenheim. De transparante voorzijde is bedoeld om een tweedimensionaal beeld te tonen,

een presentatiemethode die verwant is aan de reclameboodschappen op bijvoorbeeld moderne abri’s. Bovenop de vitrines is tussen twee stangen een gevlochten draadwerk bevestigd, dat associaties oproept met omheiningen rond parken, waar dikwijls informatie over openingstijden en in acht te nemen gedragsregels zijn aangebracht.

De drie objecten in de Kunstvereniging echter zijn leeg, hun voorzijdes zijn voorlopig nog voorzien van een schutvel. Pas wanneer ze – alle acht tezamen – de plaats gaan innemen waarop ze in eerste instantie geprojecteerd zijn, een klein, braakliggende terreintje naast het voormalige stadhuis in het centrum van Diepenheim, zullen ze eenmalig door Arno van der Mark met beelden worden gevuld. De positie bij het oude stadhuis is van culturele betekenis: behalve het voormalige bestuurscentrum is het ook de plaats waar de oorsprong ligt van de activiteiten van de Kunstvereniging. De ‘cultural boxes’ markeren zo een deel van de culturele geschiedenis, van het culturele geheugen van Diepenheim. De vitrines verkrijgen hier echter noch hun definitieve aanzien en betekenis, noch hun definitieve plaats. Eenmaal overgedragen aan de Kunstvereniging zijn ze bestemd om door nieuwe gebruikers gevuld, van betekenis voorzien en geplaatst te worden.

De ‘cultural boxes’ zijn mede ontwikkeld in het kader van een studieopdracht, waarin Arno van der Mark en de Berlijnse architecten Christian Rapp en Stefan Höhne voorstellen zullen ontwikkelen voor een toekomstig Diepenheim. Voor zowel de reactivering van de oude kern als voor een geplande uitbreiding zullen modellen worden ontwikkeld, niet in de zin van abstracte stedenbouwkundige ontwerpen, maar uitgaande van de huidige en toekomstige gebruikers. De voorstellen zullen worden gepresenteerd in een publicatie. In dit kader zijn de ‘cultural boxes’ nadrukkelijk bedoeld als objecten die nieuwe vormen van gebruik genereren. En nadrukkelijk niet als incidenten, met een eenmalige, door één individu (de maker) voor altijd bepaalde verschijning en plaats, maar als onderdelen van een flexibel circuit, waarin nieuwe inhouden, nieuwe betekenissen en nieuwe posities ontstaan. Ook hier zijn niet de objecten het werkelijke onderwerp, maar de gebruikers, in een ‘loop’, een oneindig, zichzelf hernemend circuit.

Lisette Pelsers

*Eng.: lus, lis, bocht.