Archief

ARNO
KRAMER

Plaatsen en Passages

Arno Kramer (1945) exposeerde de laatste jaren frequent tekeningen in Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Naast eerder in opdracht gemaakte beelden in onder andere Deventer, Hengelo, Raalte en Emmeloord is dit jaar autonomer ruimtelijk werk ontstaan. Naast zijn beeldende werk schrijft Arno Kramer poëzie en artikelen voor onder meer dagbladen.

In de tekeningen van Arno Kramer is de lijn het voornaamste middel tot expressie. Netwerken en sluiers van vederlichte lijnen contrasteren met plekken van verdichting of juist van openheid, waardoor zich een droomachtige ruimte vormt. De lijn volgt niet alleen de hand van de kunstenaar, maar is evenzeer het middel van transport voor deze hand, die een voorlopige bestemming bereikt in plekken die zich als rustpunten aftekenen tegen het sensibele en beweeglijke patroon van lijnen. Deze plekken, vormen van een organische geometrie, zijn de oriënteringspunten in de tekening, de sterren in het heelal, een stelsel van hemellichamen in een onvatbaar universum met eigen ordening en wetten. De tekeningen bevatten geen directe betekenis of symboliek. Ze

appelleren aan de vermogens van de fysieke waarneming om een mentale stemming, een betekenis op te roepen. Het tekenen is door Arno Kramer ooit omschreven als ‘het verkennen van de acherkant van de ziel, de geest en het hart’. In feite vindt deze visie haar wortels in de Renaissance, waarin het ontstaan van een kunstwerk werd gezien als een proces van geestelijke activiteit, gevolgd door een materieel, ambachtelijk eindresultaat. De tekening, in haar status van voorstudie, werd beschouwd als de directe neerslag van de geestelijke activiteit van de kunstenaar, waarin zijn ‘toets’ het best zichtbaar was. Ook nu nog is de tekening voor veel kunstenaars de meest elementaire handeling.

Recentelijk zijn, in nauwe relatie met de tekeningen, beelden ontstaan, die in Diepenheim voor het eerst worden getoond. Hoewel deze beelden uiteraard het resultaat zijn van een ander, minder direct beeldend proces, verloochenen ze hun nauwe band met het de tekeningen niet. Ze volgen verwante contouren, de patronen van lijnen, de nooit exact geometrische vormen. Ook zij omgeven plaatsen, openen zich in ruimtes. Ze verbeelden een weliswaar concrete, maar evenzeer suggestieve ruimte.