‚Äč

Archief

ADAM
COLTON

Sawings in Sicilian Limestone

Adam Colton werd in 1957 in Manchester geboren en kwam na een academieperiode in Londen en Manchester in 1981 in Nederland terecht, om zijn opleiding te voltooien bij Ateliers ’63 in Haarlem. Hoewel in zijn Engelse academietijd de nadruk werd gelegd op de ontwikkeling van zijn tekenkwaliteiten, wilde Adam Colton vooral beeldhouwer worden. Inmiddels nemen zijn massieve, veelal in Siciliaanse kalksteen uitgevoerde beelden een wezenlijke plaats in binnen de Nederlandse beeldhouwkunst. Toch is het duidelijk dat het tekenen en het beeldhouwen in Coltons werk in een voortdurende dialoog tot elkaar staan.

Adam Coltons werkproces is systematisch. In de eerste fase van dat proces wordt een bepaalde vorm zorgvuldig opgemeten. Voor zijn vroege beelden, ‘carvings’, meet Colton de ruimtelijke verhoudingen van zijn eigen lichaam. De zo verkregen punten worden overgebracht naar het platte vlak en door middel van fijne potloodlijnen met elkaar verbonden. Hierdoor ontstaat een patroon dat doet denken aan de structuur van een kristal. In een volgende fase wordt de structuur omgezet in een sculptuur, die echter nooit een directe vertaling inhoudt van de tekening. De sculptuur stelt zijn eigen voorwaarden, die de weg die moet worden afgelegd, mede bepalen.
Het gaat Adam Colton uiteraard niet om een letterlijke weergave van de als uitgangspunt gekozen vorm. De daaruit afgeleide gegevens worden getransformeerd en geselecteerd. De oorspronkelijke vorm is in de uiteindelijke tekening of sculptuur niet meer direct zichtbaar.

In 1984 laat Colton het eigen lichaam als vertrekpunt los en houdt zich jarenlang intensief bezig met de holtes en welvingen in een schapenschedel.

Uit de transformaties hiervan ontstaan strenge ‘klassieke’, meestal liggende beelden, die sterk doen denken aan primaire architectonische constructies. Openingen in het oppervlak markeren de aanwezigheid van een binnenruimte.

Recenter is een reeks beelden en tekeningen met de titel ‘Mojo’. Dit woord heeft zijn wortels in de Afrikaanse magie en kreeg in het Afro-Amerikaanse ‘slang’ de betekenis van levenslust en spiritualiteit. Coltons eerste ‘Mojo’s’ zijn platte ovale schijven van gietijzer, met een licht bollend oppervlak. De vormen komen tot stand door langdurig schuren, met de hand en met de machine, tot het ijzer de juiste kleur heeft, het oppervlak de juiste structuur en welving. Ook deze werken hebben inkepingen of openingen, die weer verwijzen naar een binnenste. In deze reeks van voor Adam Colton verhoudingsgewijs kleine werken ontstaan ook ‘Mojo’s’ in hout. De ovale grondvorm wordt ingekrompen of uitgerekt, het oppervlak meer of minder gewelfd. Zo ontstaan ‘snelle’ ruimtelijke vormen, met een dynamiek die de ritmiek van de eindeloos herhaalde handeling, waardoor ze zijn gevormd, lijkt te belichamen.

De tentoonstelling in de Kunstvereniging Diepenheim omvat, naast enkele oudere monumentale beelden, twee nieuwe ‘sawings’ in Siciliaanse kalksteen met een ovale plattegrond. In de hier getoonde tekeningen, die zich inmiddels hebben ontwikkeld tot zelfstandige tegenhangers van de sculpturen, zweeft de grondvorm, het ovaal in een netwerk van uitgezette punten en verbindende lijnen. Al is de tekening niet de ‘plattegrond’ van de verwante sculpturen, ze biedt, letterlijk en figuurlijk, een ‘doorzicht’ in de boeiende methodiek van Adam Colton, die in het massieve karakter van de beelden besloten ligt.