Archief

SJOERD
BUISMAN

Tekeningen

Gelijktijdig in Rijksmuseum Twenthe de tentoonstelling ‘Sjoerd Buisman. Sculpturen’.

Op een van de tekeningen van Sjoerd Buisman is een realistische afbeelding te zien van de stengels van een bamboestruik. Daarnaast is in enkele verticale lijnen een schematische weergave getekend van dezelfde stengels met de aanzetpunten van de bladeren. Deze punten zijn door een lijn met elkaar verbonden, waardoor langs de stengel een spiraal ontstaat die zich met de groeirichting van de plant omhoog slingert. Uit deze tekening blijkt waar het Buisman in essentie om gaat. Niet de uiterlijke verschijningsvormen van de natuur intesseren de kunstenaar, maar haar innerlijke wetmatigheden. Deze en andere tekeningen zijn dit voorjaar te zien in de Kunstvereniging Diepenheim, tegelijkertijd met een grote overzichtsexpositie in het Rijksmuseum Twenthe waar met name het ruimtelijke werk van Sjoerd Buisman tentoongesteld wordt.

Zowel in de sculpturen als in de tekeningen komen de wetmatigheden van natuurlijke groeiprocessen in de plantenwereld tot uitdrukking. In zijn vroegste werk registreert Buisman natuurlijke verschijnselen zonder zelf in te grijpen. Zo verzamelt hij bijvoorbeeld vervormde stammetjes en takken die door natuurlijke omstandigheden of door menselijk ingrijpen in hun groei werden belemmerd en presenteert deze als autonome kunstwerken, achter glas, in witte kastjes en voorzien van een kort bijschrift.
Ook manipuleert hij doelbewust de groei van planten en tast zo de grenzen af van de herstelmechanismen in de natuur. Een opzettelijk ondersteboven opgehangen kamerlinde richt zich binnen drie dagen weer omhoog en bij een horizontaal geplaatste wilgenstam komen nieuwe scheuten haaks op de stam te staan.

Sjoerd Buisman exposeerde al eerder in Diepenheim, in de zomer van 1990. De kunstenaar realiseerde toen onder meer twee ‘groeiwerken’.
In een weiland plaatste hij een palissade van schuin geplaatste wilgenstammen. De opvallende vorm van het weiland bepaalde de driehoekige vorm van het werk. Niet ver daarvandaan, in de breed uitlopende bocht van de Molenbeek, voor het ‘Peckedam’ rezen uit het water vier bossen wilgentakken. De takken werden schuin in de bodem gestoken en vormden zo vier conische bundels. Deze sculpturen van snelgroeiend wilgenhout schoten wortel en boden met de wisseling van de seizoenen steeds een andere aanblik.

Sinds het einde van de jaren zeventig houdt Buisman zich, naast de groeiwerken die vooral de uiterlijke kenmerken van de plantengroei benadrukken, bezig met de innerlijke

wetmatigheden die aan de groei van planten te grondslag liggen. Het principe van de phyllotaxis, ofwel de bladstand van een plant is daarbij het uitgangspunt. Iedere plant heeft zijn eigen, kenmerkende phyllotaxis. De groeispiraal, de denkbeeldige lijn die de stand van de bladeren verbindt en die zich als het ware om de stam of steel van de plant wikkelt, vertegenwoordigt de orde en wetmatigheid in de natuur en is tevens het symbool voor de ononderbroken cyclus van het leven. De tekeningen, soms van monumentale afmetingen, die in de Kunstvereniging Diepenheim worden geëxposeerd zijn daarvan een uitdrukking. De ‘Study for Phyllotaxis, Apium’ is een uitwerking van de bladstand van bleekselderij waarvan de stengels zijn getekend in grafiet en rode oker. Zoals wel vaker is ook hier de groeiwijze van de plant met nummers aangegeven: nummer 1 staat voor de oudste stengel en zo verder. ‘Een tekening moet iets verklaren’, zegt Buisman, ‘iets te vertellen hebben, uitleg geven over de ruimtelijkheid, de constructie.’ Naast de sculpturen vormen de tekeningen een constante in zijn oeuvre. Het zijn echte beeldhouwerstekeningen. Zij zijn niet bedoeld als schets of ontwerp voor een sculptuur en ook geen decoratieve illustratie van het beeld. Ze ontstaan rondom het ruimtelijke werk.
Ook de sculpturen laten veelal het principe van de phyllotaxis of de spiraal zien. ‘De knop’, het enige beeld van de tentoonstelling twaalf jaar geleden, dat nog in Diepenheim staat, geeft het principe van opstuwende groeikracht weer, hier sterk gestileerd uitgevoerd in hoekige segmenten van beton.

In zijn recente werk gaat Sjoerd Buisman minder uit van de schematische weergave van groei en weer meer uit van de zichtbare realiteit van de natuur. Net als bij de groeiwerken maakt hij weer gebruik van natuurlijke, levende materialen. Zo trekt hij takken van de wilde roos, van nature gebogen en kronkelig, recht door ze langs een spalk te leggen. In zijn vroegere werk zou Buisman het hierbij hebben gelaten; nu echter giet hij het natuurlijke en vergankelijke materiaal in brons. Het werk wordt zo omgezet in sculptuur in de meer traditionele betekenis van het woord. Ook op papier fixeert Buisman de concrete natuur. Een voorbeeld hiervan is een tekening waarbij Buisman door middel van frottage, het afwrijven van reliëf op papier, de stengels van de silphium of zonnekroon vastlegt. De phyllotaxis wordt rechtstreeks van de plant betrokken in plaats van schematisch weergegeven.

Met deze nieuwe ontwikkelingen in het werk van Sjoerd Buisman komen de groeiwerken, waarin de natuurlijke groei wordt gemanipuleerd, en de werken waarin de groeiwijze van de natuur wordt geanalyseerd bij elkaar. Een ontwikkeling met een open einde…

Tine Zevenhuizen