Archief

PJOTR
MÜLLER

Tien bouwwerken buiten

Voor tien plaatsen in Diepenheim, in particuliere tuinen en op openbare terreinen, ontwierp Pjotr Müller (Amsterdam, 1947) tien houten bouwwerken, aangepast aan het karakter van het terrein en de architectuur van het bijbehorende huis of andere aanwezige bebouwing. De bouwwerken zijn uitgevoerd door de bewoners, c.q. gebruikers van de terreinen, die als tegenprestatie een grote tekening van ‘hun eigen bouwwerk’ van de hand van Pjotr Müller ontvangen. Studenten van de Enschedese Akademie voor beeldende kunst AKI verleenden assistentie bij de bouw. Uitgangspunt voor dit project was de traditioneel nauwe samenwerking tussen kunstenaars en Diepenheimers (organisatoren, bewoners), die bij de uitvoering van dit project duidelijk gestalte krijgt.

Binnen het werk van Pjotr Müller vertonen de Diepenheimse bouwwerken verwantschap met vroegere werken als de ‘Kathedraal’ in het Drentse Erica en met ‘To Noumenon’ in het beeldenbos van het Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo. De ‘Kathedraal’ verrees voor de tentoonstelling ‘Beeldenland’ in 1987, op een schiereiland in het onnatuurlijk blauwgroene water van een zandafgraving. Een gebouw dat een ondefinieerbare mengeling scheen te zijn tussen een kerk –met een klokkenstoel– en een tempel. Zowel door de forse afmetingen (tien meter hoog) als door de sacrale uitstraling domineerde het gebouw de wijdse omgeving reeds van grote afstand. Toch was het gebouw niet afstandelijk. Het kon betreden worden en het gebruikte materiaal viel niet in de categorie van ‘trots en koel marmer’, maar was alledaags en ‘aards’ sloophout.

‘To Noumenon’ uit 1988 was eveneens een tempelachtige constructie, met sculpturen die deden denken aan beeltenissen van goden. Beide werken zijn nooit bedoeld geweest om ongenaakbaar de eeuwigheid te tarten. Ze vallen al spoedig ten prooi aan tijd, weer en wind en zouden permanent onderhoud behoeven om behouden te blijven.

De bouwwerken in Diepenheim zijn eveneens van vergankelijk sloophout opgetrokken. Ze verlenen voor de duur van de tentoonstelling onderdak aan recente keramische sculpturen van Pjotr Müller. Mede door deze combinatie van beeld en omhullend bouwsel, ontstaat ook hier snel de associatie met een tempeltje of kapel. De bouwwerken in Diepenheim staan echter niet in een magistrale omgeving als bij Erica of in een donker, wellicht toch wat geheimzinnig bos als bij het Kröller-Müller, maar in gewone tuinen, tussen gewone huizen. Als het al tempels zijn, dan wel zeer alledaagse en huiselijke, eerder verbluffend eenvoudig dan ontzagwekkend. Zij laten de toeschouwer een spel spelen met de eigen associaties en referenties. Een voortdurend spel dat niet geremd wordt door definitieve duidingen of betekenissen.

Naast de tien bouwwerken buiten vindt in de Kunstvereniging een tentoonstelling plaats van keramische sculpturen en tekeningen van Pjotr Müller.

Ter documentatie van het buitenproject verschijnt een publicatie met teksten van Jean Leering en Lisette Pelsers.