Archief

MICHAEL
JACKLIN

Transparantie, ritme, proportie

Ik ben een traditionele beeldhouwer in die zin dat ik waarde hecht aan beeldhouwkundige principes als zwaartekracht, evenwicht en volume. Belangrijk zijn daarom voor mij variatie in aanzicht en opbouw, schaal en maat, ruimtelijkheid en transparantie.
Sinds 1984 werk ik alleen in ijzer

[materiaal]
De keuze van het materiaal, dat wil zeggen de breedte, de dikte en het profiel van het materiaal, is bepalend voor de maatvoering en de transparantie van een beeld als ook voor de wijze van constructie, de manier waarop het in elkaar gepast kan worden.

[constructie]
Ik maak mijn beelden zelf omdat de uiteindelijke vorm van het beeld bepaald wordt tijdens het proces van construeren. Het komt organisch tot stand. Het is in samenwerking met de materialen in plaats van een manipulatie van de materialen. Ervaring in het gebruik van de kwaliteiten van het materiaal is daarom net als voor een schilder een noodzaak omdat de mogelijkheden groot zijn maar slechts op één manier voor de kunstenaar acceptabel zijn.

[architectuur]
Mijn beelden hebben slechts in zoverre met architectuur te maken dat ze door hun grootte altijd een relatie met de ruimte om zich heen aangaan. Daardoor komen ze op de ene plek beter uit dan op de andere. Ze zijn echter nooit voor een bepaalde plek gedacht. De omgeving is bijzaak, tenzij in opdracht.

[menselijke maat]
Mijn beelden staan in relatie tot de menselijke maat. Vandaar mijn voorkeur voor de twee meter. Deze maat is zo belangrijk omdat het een volwaardige fysieke ervaring geeft. Een beeld dat kleiner is dan 150 cm of 100 cm wordt al snel een model van iets anders. De schaal van het Nederlandse landschap, of de bebouwing, is veel kleiner dan bijvoorbeeld Amerika of Australië.

Als beeldhouwer voel ik mij verwant met minimal beeldhouwers als LeWitt, Andre, Judd, Morris, Tony Smith en David Smith, vanwege hun principiële onderzoek naar materiaal en vorm.

Een beeld moet in een keer worden gezien/ervaren, de detaillering komt op de tweede plaats.

[Michael Jacklin, Amsterdam, januari 2000]