Archief

JOS
KRUIT

Solotentoonstelling

Jaren geleden waren het paardenbenen die het werk van Jos Kruit domineerden, nu exposeert zij in de Kunstvereniging Diepenheim schalen, gemaakt van dun polyester. Heel anders, maar met dezelfde helderheid en transparantie.

Een bestaan als kunstenaar was voor Jos Kruit geen voor de hand liggende keuze. Zij volgde een opleiding in de tuinbouw, werkte in het tuincentrum en de boomkwekerij van haar haar vader en volgde de vakopleiding bloemschikken en meesterbinder. Zij trouwde met een boer en woonde op een boerderij in Noord-Holland, in Middenmeer. Zij kreeg twee kinderen en runde bovendien twee bloemenwinkels. Toen dit alles haar te veel werd, deed ze beide winkels van de hand en volgde ter compensatie, zoals zij zelf zei, de avondopleiding aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Na de academie bleek de regelmaat van het boerenleven moeilijk met kunst te combineren. De definitieve keuze voor het kunstenaarsbestaan zorgde voor een radicale ommezwaai in het leven van de kunstenares. Toch komen elementen uit haar ‘vorige leven’ terug in haar beelden. In haar werk manifesteren zich de ruimte en de heldere systematiek die zij in het weidse polderlandschap in Noord-Holland om zich heen moet hebben ervaren.

In eerder werk van Jos Kruit, uit het begin van de jaren negentig, vormen paardenbenen een belangrijk element. In 1994 kreeg zij de prestigieuze Sandbergprijs voor een werk dat zij zelf geen titel gaf, maar dat al spoedig bekend stond als de ‘paardenkathedraal’. Het werk bestaat uit een opengewerkte koepel waarvan de ribben gevormd worden door twaalf paardenbenen, drie maal zo lang als normaal. De benen zijn gemaakt van polyurethaan en overtrokken met de warm-bruine huid van een paard. Een vlechtwerk van stalen buizen verbindt de paardenbenen met elkaar en vormt het ‘dak’ van de koepel.
De buitenste benen in het beeld zijn gebogen, de benen aan de binnenzijde zijn gestrekt. Het gestrekte been staat op de hoef van het gebogen been. De lijnen van het beeld vormen een gesloten circuit waardoor het open beeld een in zichzelf gekeerd karakter krijgt.

Op de tentoonstelling in de Kunstvereniging Diepenheim is recent werk van Jos Kruit te zien. Er worden onder meer schalen geëxposeerd, gemaakt van vliesdunne polyester platen met glasvezels. Een ‘deksel’ van hetzelfde dunne materiaal suggereert vloeistof. Net als het water in sloten en rivieren lijken ook deze schalen bij een veranderende lichtval een andere kleur te krijgen. Zo is een van de schalen bij daglicht blauw/grijs van kleur, maar met invallen van de schemering krijgt het materiaal een welhaast gouden gloed. Dunne koperen waterleidingbuis geeft de schalen vorm. Haal de buis weg en het beeld zakt ineen.
In de werken van Jos Kruit is er, net als bij de schalen, veelal sprake van een enkel element dat de constructie bijeenhoudt. Zo ook bij het beeld dat bestaat uit een hoge spiraal van twee, niet helemaal evenwijdig geplaatste, stalen buizen. De beide delen van de spiraal worden bijeengehouden door de zitting van een stoeltje, zoals we allemaal kennen van de lagere school. Tussen de stoelzitting en de stalen buizen zijn vier eveneens spiraalvormige veren bevestigd. Voor wie bekend is met het vroegere werk van de kunstenares doet de vergelijking met een sulky zich voor; een licht, door paarden getrokken rijtuig.

In een interview in Vrij Nederland uit 1994 zei Jos Kruit: ‘Mijn uitgangspunt voor een beeld moet een systeem zijn, een logische constructie die altijd direct te herkennen is. Ik heb een hekel aan grote gesloten vlakken.
Je moet door- en om een beeld heen kunnen kijken.
Er moet steeds iets gebeuren en het licht moet overal door kunnen schijnen. Die openheid is belangrijk’. Deze uitspraak geldt voor haar werk uit het begin van de jaren negentig, maar evenzo voor het nieuwe werk dat nu te zien is in de Kunstvereniging Diepenheim.

Tine Zevenhuizen