Archief

LIET
HERINGA

Solotentoonstelling

De afgelopen maanden werkte Liet Heringa in het Europees Keramisch Werkcentrum in Den Bosch aan een reeks van beelden van klei. Een daarvan is een bijna drie meter hoge keramische stam, met vertakkingen die hier en daar uitmonden in menselijke hoofden; een uitstulpende boom met antropomorfe trekken. Het beeld is bedekt met een matte zwarte glazuur, die zijn contouren zachter en vloeiender maakt. In deze staat wordt het beeld opgesteld in de Kunstvereniging, waar Liet Heringa het te lijf gaat door het te ‘besmijten’ met klodders vaseline, die door vermenging met pigment de kleur heeft aangenomen van een verzadigd rood. In deze bevlekte toestand treffen de toeschouwers het beeld aan, met daarbij alle sporen van het proces dat heeft plaatsgevonden. De vlekken die op de grond terecht zijn gekomen, zijn niet verwijderd en de potten met vaseline staan nog op een tafel. Het proces zal zich tijdens de duur van de tentoonstelling herhalen.

Reizend door India zag Liet Heringa rituelen waarbij mensen elkaar met pigment ondergooien, wat niet alleen een krioelende massa halfnaakte gele, roze, groene en blauwe lichamen oplevert, maar ook felgekleurde, hoog opstuivende stofwolken, die de lucht voor de duur van het ritueel en enige tijd daarna haast verduisteren. Elders werd een godenbeeld bij herhaling bekogeld met bolletjes boter en besmeerd met vet en pigment. Wat de religieuze betekenis is van deze rituelen, is voor Liet Heringa niet van direct belang. Het zijn de handelingen en de uiterlijke fenomenen, die verwantschap vertonen met de wijze waarop haar beelden tot stand komen en zij ze wil laten functioneren. Wanneer zij

het grote keramische beeld bekogelt met vaseline, gaat het haar niet om het herhalen of imiteren van een ritueel, dat in deze context betekenisloos zou zijn, niet meer dan loos spektakel. Het gaat erom, het beeld zoveel mogelijk een levend proces te laten zijn en niet uitsluitend een afgerond product, dat qualitate qua verwijdert van de oorspronkelijke gedachte die eraan ten grondslag ligt. Dat, hoewel concrete materie, zoveel abstracter is dan de werkelijke gevoelde emotie, of fysiek ervaren sensatie. Hoe materialiseer je trouwens gedachten, ervaringen en indrukken? Deze vraag neemt een centrale plaats in in het werk van Liet Heringa.

Het boterbeeld in India staat midden in het leven. Het wordt telkens opnieuw bezield, gewijd. Het leeft, het werkt pas door het ritueel. Zonder de handelingen waarmee het omringd wordt, is het dood. Het is het samenvallen van handeling en betekenis, van het fysieke en het vergeestelijkte dat Liet Heringa aanspreekt. Tegen deze achtergrond kan de handeling die zij in de Kunstvereniging uitvoert gezien worden als een profane wijding. De zinnelijkheid van het romige vet wordt versterkt door de visualiteit van het rood, kleur van vlees en bloed. De handeling maakt het beeld niet alleen – min of meer op afstand – ervaarbaar, maar een veel directere ervaring op zichzelf. Het beeld is onderhevig aan een proces van verandering; het eindresultaat, als dat er is, is nog onbestemd. De ervaring wordt niet stilgezet, niet beperkt tot een enkel moment, maar vloeit uit in de tijd.

Lisette Pelsers