Archief

MARINUS
BOEZEM

Solotentoonstelling

Centraal in de tentoonstelling van Marinus Boezem in de Kunstvereniging Diepenheim staat een grote spiegelinstallatie, Untitled, 1992. Het beeld is, als alle werken van Marinus Boezem, helder in zijn uiterlijke verschijningsvorm. Het laat zich gemakkelijk in formele zin beschrijven. Twee immense spiegels, ruim drie meter lang, ruim twee meter hoog, zijn tegenover elkaar geplaatst, licht achterover hellend, gesteund door een houten raamwerk aan de achterzijde.
In de smalle ruimte tussen de beide spiegels ligt, hoog op een tot zadelblok getransformeerde houten stoel, een rijkelijk van beslag voorzien westernzadel. Drie verticale spijlen die de rugleuning van de stoel uitmaken, vormen bovenaan een halfronde drager voor het zadel, de middelste spijl zet zich voort in een lans, die vanonder het zadel naar voren priemt.
Juist door zijn visuele eenvoud en het ontbreken van gewichtigheid is het beeld uitdagend. Het dwingt de toeschouwer te kijken naar datgene wat niet direct te zien is.
De uiterlijke vorm van de beelden van Marinus Boezem is in hoge mate dienstbaar aan de idee die eraan ten grondslag ligt. De vorm, het materiaal wordt aangepast aan de inhoud en is uiterst variabel. Het werk van Boezem laat zich dan ook niet formeel of stilistisch definiëren, maar is meer te beschouwen als de neerslag van een reeks onderling verwante concepten of thema’s. De spiegelinstallatie vormt de zoveelste schakel in deze reeks en is in meerdere opzichten inhoudelijk te relateren aan het overige werk van Boezem.

Een dominant aspect binnen dat werk is de context waarin een kunstwerk functioneert. In concrete zin maakt bij een beeld de omringende ruimte in meer of mindere mate deel uit van deze context. Het beeld in de Kunstvereniging echter, gevangen in de twee naar binnen gekeerde spiegels, keert zich van de architectuur van het tentoonstellingsgebouw af en schept zijn eigen context. Het is bewust ontworpen als een autonoom beeld dat de omringende ruimte volstrekt negeert. Het beeld functioneert uitsluitend in zijn eigen binnenwereld, daarbuiten bestaat het niet. In deze binnenwereld spelen de beide spiegels een eindeloze, zins- en zichtbegoochelende dialoog, slechts tijdelijk begrensd door het standpunt van de kijker. Maar de spiegels spelen niet alleen een spel met elkaar en met de toeschouwer, maar ook met de kunsthistorische traditie van de schilderkunst. In de opvattingen van de Renaissance kon de spiegel worden beschouwd als de ultieme vorm van schilderkunst, dat wil zeggen, de volmaakte, door de schilderkunst slechts te benaderen, weergave van de werkelijkheid. De spiegels van Marinus Boezem zijn op hun houten dragers geplaatst als schilderijen op een ezel. Door hun schuin geplaatste positie transformeren ze de rechte horizon van het traditionele schilderij in een ronding, een effect dat zich eigenlijk slechts ervaren laat, maar enigszins geïllustreerd kan worden aan de hand van een foto. In elkaars weerspiegeling tonen de spiegels beide een naar achteren weglopende ronding. Ze vormen zo de segmenten van een halfrond, van een immaterieel gewelf.

Het gewelf als bouwkundig principe roept onmiddelijk associaties op met een van Boezems meest constante thema’s: de gotische kathedraal, op te vatten als een metafoor voor het streven van de mens, zich te bevrijden van de zwaartewetten van de aarde en naar de hemel te reiken. De gotische kathedraal immers strekte zich in haar verticaliteit zo ver naar de hemel uit als technisch maar mogelijk was. De architectuur van de gotiek is sterk verbonden met begrippen als ijlheid, lichtheid. Door de enorme, lang uitgereikte ramen werd de kerk vervuld door het licht, een schepping van god. De gotische kerk was een door mensenhanden gemaakte verbeelding van het hemelse Jerusalem, een spiegel van de hemel.
Deze devote hoogmoed verbindt zich in het werk van Boezem thematisch met de algemeen menselijke drang, zich los te maken van de aarde, anders gezegd, met de wens te kunnen vliegen. Een van de oudere werken die in de Kunstvereniging worden getoond is L’Uomo Volante uit 1979. Het huidige werk bestaat uit foto’s van een actie die in dat jaar plaatsvond in de Vleeshal in Middelburg. Gekleed in een vliegenierspak, beplakt met hier en daar een vogelveer, hield Marinus Boezem met behulp van touwen een verticaal geplaatste spiegel in bedwang.
De foto’s laten zien hoe de spiegel kantelt en tenslotte in scherven op de grond uiteenvalt. In het zwalkende beeld van de spiegel lijkt de kunstenaar even te worden opgetild, het volgende moment echter valt en breekt de spiegel en is het beeld van de man verdwenen. De relatie met het mythologische thema van Ikaros, die door zijn vader Daidalos werd voorzien van vleugels uit was, maar in zijn hoogmoed te dicht bij de zon kwam en met smeltende vleugels neerstortte, is duidelijk.

De polariteit van menselijke stoutmoedigheid en onmacht is een verbind thema in uiterlijk zeer verschillende werken, waarin ook begrippen en motieven als gotiek, de Ikarosmythe, vliegen en vallen, vogels, vliegtuigen, aarde en hemel, realiteit en illusie, werkelijkheid en spiegeling zich met elkaar verbinden.

Het zadel op de stoel in de Kunstvereniging Diepenheim is tegelijkertijd een symbool van menselijke hoogmoed en onmacht. Het zadel immers is een attribuut van de ruiter, die zich door het bestijgen van zijn paard letterlijk en figuurlijk verheft boven het voetvolk. Eeuwenlang gold een paard als een teken van macht en rijkdom. Het trotse duo ruiter en paard is hier echter afwezig, van het klassieke ruiterstandbeeld is slechts een schamel residu overgebleven. Het machtsvertoon krijgt daardoor iets potsierlijks. Het kitscherig versierde showzadel ligt, buiten werking gesteld, op de stoel. De lans, die erotische associaties verbindt met uitgesproken agressieve intenties, priemt in het niets. Juist door zijn afwezigheid echter is de ruiter in het beeld aanwezig als een machteloze, maar onverzettelijke Don Quijote. Behalve een flexibel samenspel van betekenissen en associaties vertegenwoordigt de installatie daarmee onmiskenbaar een element van ironie, het werk van Marinus Boezem eigen.