Archief

GROEPSTENTOONSTELLING

Amuses 2008

Eiko Ishizawa  • Mariet Offermans  • Rosalie Ravensteijn  • Jeroen van Bergen

De initiatiefnemers en organisatoren van Amuses 2008: Gijs Assmann, Suzan Drummen, Nanda Janssen en Anne Semler kozen, onafhankelijk van elkaar, elk één veelbelovende kunstenaar.

In Kunstvereniging Diepenheim worden jaarlijks vier grote solotentoonstellingen georganiseerd. Daarnaast zijn er een aantal kleinere tussententoonstellingen te zien. Vanuit dit gegeven ontstond het idee deze tussententoonstelling Amuses te noemen. Een amuse is een klein gerecht ter bevordering van de spijsvertering en om de smaakpapillen op gang te brengen. Tegenwoordig wordt dit vaak na het plaatsnemen aan tafel in een restaurant aangeboden, maar oorspronkelijk is dit een klein hapje dat tussen de gangen door geserveerd werd.

Moet deze tentoonstelling dan gezien worden als een hapje tussendoor? Dat er niet echt toe doet? Welnu, we kunnen het ook anders bezien: tijdens een maaltijd met meerdere gangen wordt er doorgaans veel gesproken en veel gerechten hebben we al eens geproefd. Maar als een amuse geserveerd wordt is iedereen meestal even stil. Dan gaat men echt zeer bewust ‘proeven’, juist omdat het maar een klein hapje is.

Voor deze Amuses tentoonstelling zal het zorgvuldig ‘proeven’ zeer beslist de moeite waard zijn. Aangezien de kunstenaars tot de verbeelding sprekende en zinnenprikkelende werken maken.

Suzan Drummen

Gijs Assmann koos Eiko Ishizawa die hij ontmoette als student op het Sandberg Instituut in Amsterdam.
Eiko Ishizawa maakt tactiele beelden en installaties die vaak de spanning tonen tussen natuur en cultuur. Ze laat zich vaak inspireren door issues uit het nieuws. Zo leek het nieuwsbericht van de tragische dood van de beer Bruno in Duitsland voor Eiko de dimensies te hebben van een klassiek Grieks drama. In de installatie ‘The great sleeping bear’ heeft zij geprobeerd zich letterlijk te verplaatsen in de huid van de beer. Een zorgvuldig gemaakte, immense berenhuid werd een indringend en ontroerend kadaver. Maar tegelijkertijd was het eigenlijk ook een grappig soort reuzenslaapzak, die haar lichaam omvatte. Dit ambivalente komt vaak in haar werk terug. Zonder een oplossing te geven en zonder moraalridder te zijn, speelt Eiko met een absurd drama dat ze zichtbaar en voelbaar maakt.

Suzan Drummen koos Mariet Offermans die ze begeleidde op Academie Minerva in Groningen.
Het kleine huisje van Mariet Offermans is gemaakt van lichtblauw isolatiemateriaal. Het is te klein om in te wonen, of misschien net groot genoeg. De deur is gesloten, maar door het raam is het eenvoudige interieur met een tafel en een stoel goed te bekijken. De meubels zijn met een hachelijke precisie uitgesneden en ogen sober en ongeschonden, als uit een andere tijd. Het materiaal werkt vervreemdend. De bakstenen ogen zwaar door hun levensechte vorm, maar als je je realiseert dat ze van foam zijn, weet je dat ze juist heel licht zijn. Ook de sfeer van het werk is verwarrend; fraaie en aandachtig gemaakt details, lichte en frivole kleuren, en tegelijkertijd een sfeer die zeer ernstig is. Een stille verlatenheid, als uit een onwerkelijke droom, waarin dramatische gebeurtenissen onschuldig lijken.

Nanda Janssen was gastdocent op de Rietveld Academie in Amsterdam waar ze getroffen werd door het werk van Rosalie Ravensteijn.
In een film van Rosalie Ravensteijn (Eigenface, 2007) kijkt een jonge vrouw met een heldere blik ons vanaf het beeldscherm aan. Ze trekt haar oogleden omhoog en nauwgezet volgt ze met een viltstift de vele groeven die daardoor in haar voorhoofd ontstaan. Het is een absurde handeling: het mooie gezicht van de vrouw, dat eerst juist opvallend schoon en helder was, wordt met de strepen van de viltstift ernstig aangetast. Maar het is ook een verrassende manier om een gezicht anders te lezen. De groeven in het voorhoofd worden een soort tekening, een landschap. De film is komisch en indringend en toont een bijzonder inventieve kunstenaarsgeest.

Anne Semler stelde Jeroen van Bergen voor, die in Maastricht op de Academie Beeldende Kunsten zat. Ze ontmoette hem op zijn atelier in een oude brandweerkazerne waar het vol stond met prachtige maquettes en tekeningen.
Het werk van Jeroen van Bergen is gebaseerd op de maten van het standaardtoilet die zijn vastgelegd in het Nederlands Bouwbesluit. Deze maatvoering is de norm voor de kleinst leefbare ruimte in een gebouw. Het standaardtoilet is minimaal 110 cm breed, 90 cm lang en 260 cm hoog. Deze maten vormen samen één module binnen zijn systeem. Dit systeem, het ‘toilet modulair’ past hij consequent toe door de modules achtereenvolgens te herhalen en op te stapelen in verschillende bouwlagen. Deze conceptuele manier van werken resulteert in maquette-achtige sculpturen. Uit de zorgvuldige uitvoering spreekt een onmiskenbare toewijding die maakt dat we ons als toeschouwer gaan verplaatsen in die enorm tot de verbeelding sprekende gebouwen. Door dat verplaatsen worden we ons bewust van onze eigen maat en ook van de ruimtes waarin we ons bevinden.