Archief

GROEPSTENTOONSTELLING

Beelden van Schilders

Lisa Couwenbergh • Gijs Frieling i.s.m. Adriaan Rees • Ad Gerritsen • Roland Schimmel

Het gebouw van de Kunstvereniging Diepenheim is ooit speciaal ontworpen voor beeldhouwkunst. De ruimte leent zich daar dan ook bijzonder goed voor. Tweedimensionale kunstwerken zijn er ook wel te zien geweest, maar de nadruk ligt op ruimtelijk werk. Dat bepaalt nadrukkelijk het karakter van de getoonde kunst, niet uitsluitend in materiaal, maar vooral in opvatting.
In de hiërarchie der kunstdisciplines stond de schilderkunst altijd bovenaan en lange tijd dicteerde zij de ontwikkeling van de kunstgeschiedenis. Schilders en beeldhouwers stonden ook vaak tegenover elkaar. Zo is er de beroemde uitspraak van Joseph Beuys uit 1985: ‘Der Fehler fängt schon an, wenn einer sich anschickt, Keilrahmen und Leinwand zu kaufen’. En de schilder Ad Reinhardt schreef: ‘Een sculptuur is iets waar je over struikelt wanneer je een stap achteruit doet om een schilderij te bekijken.’
Kunstenaars laten zich nooit over één kam scheren en er zijn vele uitzonderingen, maar grofweg zou je het verschil tussen een schilder en een beeldhouwer als volgt kunnen schetsen. Voor de schilder is het platte vlak het beginpunt; hij denkt, werkt en kijkt vanuit dit platte vlak. De schilderkunstige illusie is daarbij het uitgangspunt. De beeldhouwer gaat uit van de ruimte met daarin het materiaal. Niet de illusie, maar met de werkelijke fysieke aanwezigheid van het materiaal (steen, klei, hout), dingen die je aan kunt raken, zijn daarbij essentieel.
Als je jarenlang met de schilderkunstige illusie van het platte vlak werkt, dan doet dat iets met je. Het vormt je handelingen en je denken, wordt deel van je wezen. Wat gebeurt er als een schilder een sculptuur maakt? We zullen het zien in Diepenheim deze zomer. Vier eigenzinnige schilders, allen met een aanzienlijk oeuvre, gepokt en gemazeld in de schilderkunstige illusie, laten het zien in de tentoonstelling Beelden van Schilders in de Kunstvereniging Diepenheim.

Lisa Couwenbergh
Op de schilderijen van Lisa Couwenbergh (Haarlem, 1953) zijn vaak gebeeldhouwde vormen te zien. Het zijn complexe ruimtelijke en illusionistische werken waar de plasticiteit vanaf spat. Op een schilderij uit 2006 bijvoorbeeld zien we een opeenstapeling van bakstenen vormen die een onmogelijk tafereel laten zien. De plasticiteit van de bakstenen en het tussengelegen voegsel is met een waaghalzerige precisie weergegeven. We geloven echt dat we naar bakstenen kijken. Bovendien avonturiert de kunstenaar met het platte vlak, de illusie en het perspectief. De illusionistische werkelijkheid wordt ontwricht en toont een volslagen ongewone wereld. Deze ongewone wereld wordt in haar sculpturen levend gemaakt. Het is een wonderlijke transformatie. De geschilderde bouwsels, illusies van verf, worden nu echt. Een tastbaar, zinnelijk beleven. Maar ook hier is weer iets heel vreemds aan de hand, want de huid van de objecten is niet van steen, maar van verf. De beelden ogen simpel en eenvoudig, zijn traag en behoedzaam gemaakt. Tegelijkertijd is het zo’n complex weefwerk van illusies in verf, werkelijkheden en schijnwerkelijkheden dat het duizelt.
Haar schilderijen zijn ongewoon als schilderij en haar sculpturen zijn ongewoon als sculptuur.

Gijs Frieling in samenwerking met Adriaan Rees
Het werk van Gijs Frieling (Amsterdam, 1966) wordt bevolkt door zingende merels, engelen, plastic waterflessen, kristallen, besneeuwde dennenappels en veel, heel veel bloemen. Wat opvalt, is de stilering van deze onderwerpen en de systematische manier waarop ze zijn geschilderd. De groei van het beeld lijkt

van tevoren bepaald in de keuze voor een beperkt aantal te gebruiken kleuren. Alsook in de methode en de volgorde waarin de verschillende lagen zijn aangebracht. Met deze aanpak maakt Gijs Frieling schilderijen, muurschilderingen en sculpturen.
Zijn schilderingen zijn overrompelend. Soms door de maat, maar vooral door de zinnelijkheid en het zinderen van de kleuren worden de geschilderde onderwerpen fysiek ervaarbaar. Zij tonen onbeschaamd de pracht van de wereld die ons omringt, uitvergroot en geïntensiveerd. Schoonheid is inhoud.
In de Kunstvereniging Diepenheim toont Gijs Frieling een beschilderde doodskist, een beschilderde bank en een verplaatsbare muurschildering. Met deze driedimensionale objecten als drager voor zijn schilderingen voegt hij zich nadrukkelijk in de traditie van folklore en decoratieve kunstvormen als het Hindelooper schilderen. Door de nadrukkelijke keuze te schilderen op gebruiksvoorwerpen worden wij als het ware omringd door deze schilderingen.

Ad Gerritsen
Ad Gerritsen (Arnhem, 1940) schildert portretten. Met enige distantie, maar zeer precies isoleert hij afbeeldingen van gezichten en zet ze opnieuw in elkaar. Elk onderdeel lijkt daarbij doorvoeld en beproefd. Dit resulteert in helder en beslist werk, zonder toevalligheden. Het moet zo zijn en niet anders.
Het beeld dat Ad Gerritsen ons toont is beklemmend en confronterend. Niet in de stijl van schilderen of in de gewaagde keuze van onderwerpen. Maar omdat het ons iets toont, een werkelijkheid in beelden, die we uit onze directe omgeving kennen maar die we liever niet zo kaal en direct ervaren.
In de twee objecten die Ad Gerritsen laat zien in de Kunstvereniging Diepenheim, zien we dezelfde aanpak. Het zijn mythologische figuren, sirenen, ze betoveren mensen met hun stem en storten hen vervolgens in onheil. De sirenen van Ad Gerritsen lijken te verwijzen naar psychologische modellen. Hun betoverende stem is fonetisch weergegeven, en de romantische en verleidelijke vrouwen lijken verbeeld als in daderprofielen.
Het werk van Ad Gerritsen lijkt zo de werkelijkheid te ontmaskeren. Door ons een kale, pure versie van de realiteit te tonen roept hij naast beklemming ook herkenning op. En dat biedt hoop en troost.

Roland Schimmel
De schilderijen en wandschilderingen van Roland Schimmel (Hooglanderveen, 1954) zijn vol van optische illusies. Met vakmanschap en souplesse manipuleert hij weloverwogen onze waarneming. Vibrerende kleuren en trillende vlekken vechten om aandacht. Diepzwarte stippen laten wittige nabeelden in je brein ontstaan. Die nabeelden vervlechten zich weer met geschilderde witte cirkels en zo ontstaat een beweeglijke onnavolgbare voorstelling. Werkelijkheid en illusie, illusie en nabeeld dansen zwevend met elkaar. Dit dynamische kijkspektakel is hallucinerend en eindeloos, geheimzinnig ook. We kijken dan wel naar een plat vlak, maar dat vlak gedraagt zich zo anders als we gewend zijn. Niets lijkt wat het is. We gaan twijfelen aan ons eigen waarnemen. Kortom: we worden betoverd. Roland Schimmel neemt voor Beelden van Schilders een deel van de tentoonstellingsruimte onder handen. De ruimte van de Kunstvereniging Diepenheim wordt zo zelf tot sculptuur. Door verschillende wanden te beschilderen kunnen we ons zelfs letterlijk in zijn intrigerende wereld begeven.

Gijs Assmann en Suzan Drummen

Credits

Fotografie
Henk Kamperman