Archief

COR
VAN
DIJK

Sculpturen in staal

De stalen beelden van Cor van Dijk (1952) zijn van een uiterste eenvoud en helderheid en bestaan uit een ordening van meerdere geometrische en meestal identieke vormen. In zijn werk zoekt Van Dijk naar harmonie tussen de massa van het beeld, de ruimte eromheen en de restruimten tussen de afzonderlijke elementen en bovendien naar een spannende ontmoeting tussen de onderdelen van het werk. Dit alles wordt ondersteund door een perfecte afwerking.

Zijn beelden verwijzen naar niets anders dan zichzelf. Er zijn geen achterliggende betekenissen. Cor van Dijk doet slechts een beroep op het vermogen van de beschouwer om goed te kijken. Voor wie hiervoor de tijd neemt ontvouwt zich een intrigerend spel van gestapelde en verspringende geometrische vormen.

Wie zijn beelden enkel van foto’s kent wordt misleid door het monumentale karakter dat hen groter doet lijken dan ze in werkelijkheid zijn. De verhoudingen binnen het beeld evenals het formaat worden bepaald door de standaardmaten van het staal. ‘Ik heb niets in te brengen bij die beelden’, zegt de kunstenaar dan ook.

Sommige beelden bestaan uit stroken aaneen gelast staal, zoals een verticaal beeld uit 2000 dat bestaat uit een staande balk waaraan in het midden een dwarsbalk is gelast. Onder en boven deze dwarsbalk zijn twee langwerpige en rechthoekige ‘blokken’ gestapeld, eveneens van gelaste stalen balken. Hun gewicht houdt de drie elementen bijeen. De lasnaden zijn dusdanig bewerkt dat deze niet meer zichtbaar zijn. Waar nog naden te zien zijn betreft het naden tussen de afzonderlijke elementen.

Bij andere beelden worden de elementen gehaald uit stalen platen van soms wel 20 cm dik. Zoals bijvoorbeeld een werk uit 2002 dat bestaat uit zes identieke delen in een F-vorm. De verhouding tussen ruimte en massa in de elementen wordt, zoals in alle beelden van Van Dijk, bepaald door de dikte van de plaat. Twee stapels van steeds drie elementen zijn tegen elkaar geschoven, waarbij de linker- en de rechterzijde van het beeld ten opzichte van elkaar een kwartslag zijn gedraaid. Hierdoor heeft de ene zijde een open structuur terwijl het andere een meer gesloten indruk maakt.

Zoals gebruikelijk in zijn werk hebben ook deze beelden uitsluitend de natuurlijke kleur van het materiaal. Wel speelt Cor van Dijk met de tegenstelling tussen een bewerkt, glanzend vlak en een vlak bestaande uit de oorspronkelijk ‘huid’ van staal, het enigszins ruw geërodeerde oppervlak dat ontstaat als de enorme staalplaten in de fabriek tussen de walsen doorgaan. Deze huid brengt zelfs iets van kleur in de beelden, zwart, grijs, bruine tinten, een zweem van rood. Sommige beelden zijn chemisch gezwart of geoxideerd.

Voordat Cor van Dijk zelfs maar denkt aan de aanschaf van staal voor een nieuw werk moet het beeld helemaal ‘af’ zijn. Dat wil zeggen: op papier en in het hoofd van de kunstenaar. Staal is kostbaar en moeilijk te bewerken. Kleine afwijkingen kunnen de harmonie van een beeld volledig verstoren. Een eenmaal gemaakte fout is onherstelbaar. Experimenten in het uiteindelijke materiaal zijn daarom niet aan de orde.
Sinds hij afstudeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam werkt Cor van Dijk uitsluitend met staal. Hij werkt met industriële halffabrikaten, zowel staven als platen van het ruwe materiaal. Staal is een alledaags materiaal dat onder andere gebruikt wordt in de zware industrie en de bouw. Het is enerzijds enorm sterk, maar anderzijds door het grote gewicht ook zeer kwetsbaar.

Nadat het beeld op papier volledig is uitgewerkt kiest de kunstenaar met zorg zijn materiaal en wordt, in gespecialiseerde werkplaatsen, de ruwe vorm van elk segment van het beeld uit de plaat gesneden. De afwerking vindt plaats in het atelier. De kunstenaar heeft daartoe een indrukwekkend machinepark tot zijn beschikking evenals uiterst verfijnde meetapparatuur. De afmetingen van het werk worden met buitengewone precisie vastgesteld. Het gaat hierbij om tienden van millimeters, maatverschillen die met het blote oog niet waarneembaar zijn.

De maat, orde en harmonie die hij vindt in de wereld om hem heen en in het werk van kunstenaars die hem voorgingen vormen de uitgangspunten voor de beelden van Cor van Dijk. Binnen de strengheid van de regels die hij zichzelf oplegt weet hij steeds weer de mogelijkheden en onmogelijkheden van het staal uit te buiten en in zijn beelden een grote spanning tot stand te brengen.

Tine Zevenhuizen