Archief

ANNE
WENZEL

this is not a love song

Het drama kan zich overal openbaren en het hangt dus vooral van de kunstenaar af wat en hoe zij of hij er iets mee doet. De beeldend kunstenaar, Anne Wenzel, waar het hier over moet gaan, lijkt veroordeeld tot het gebruik van beelden. Daarin ligt natuurlijk ook Wenzel’s kwaliteit. Het drama wordt ook al gesuggereerd in de titel van de tentoonstelling, this is not a love song. Het is voorzichtigheid geblazen als je dat leest. Het drama zit niet alleen in deze liedtekst, maar ook in de getoonde installatie in Kunstvereniging Diepenheim van vechtende honden, in onttakelde restanten van auto’s, in een gevallen kroonluchter, en uiteraard ook in ieders persoonlijke leven.
De kans bestaat misschien wel dat, zodra je in de tentoonstelling bent, je bijna cynisch met je eigen verwachtingen wordt geconfronteerd.

Neem eerst die liedtekst. This Is Not A Love Song (1983) is het bekendste nummer van de groep Public Image Ltd.. Het is geschreven door Johnny Rotten, de legendarische zanger van de Sex Pistols. Het lied komt van de LP, ja, ja echt een ouderwetse LP, met de titel This is what you want… this is what you get. Misschien wel een optimistische en aardige titel, maar met het nummer This Is Not A Love Song zitten we meteen in een heel andere hoek, in de hoek van het persoonlijke drama. Het gaat over de liefde, maar ook weer niet. Er wordt iets gesuggereerd, maar ook weer ontkend. Rotten speelt met zijn aggressieve zang en spel van wat, het is onvermijdelijk, de Duitsers zo fraai Dichtung und Wahrheit noemen. Hier wordt iets gezegd dat de verwachting tart, dat iets wil zeggen wat we in feite nooit zullen kennen.

Als we ons realiseren dat het lied dus bijna 25 jaar geleden is opgenomen en dat die titel nu door Anne Wenzel (1972) is gekozen voor haar solo-expositie in Kunstvereniging Diepenheim, dan kan ik daar, als oude hippie en muziekgeïnteresseerde, niet zomaar aan voorbij gaan. Misschien heeft de liefde voor de muziek vooral ook vaak te maken met liefde voor de taal. Dat wil zeggen voor regels of woorden die blijven hangen. Door zo bewust te kiezen voor een ‘overall’ titel geeft Anne Wenzel toch een hint hoe we het werk op eigen wijze kunnen gaan zien. Projecteer je die woorden op een presentatie van beeldende kunst, dan roept het reminiscenties op die bij een ieder kunnen verschillen. Zijn wij niet voortdurend bezig om in het heden te ervaren wat dat verleden nu eigenlijk met ons deed? Is beeldende kunst, door zijn verschijningsvorm, de beelden, niet een interessante stimulator van onze gevoelens en onze gedachten?

Anne Wenzel heeft de laatste jaren grote installaties gemaakt, onder andere Sweet Life in TENT Rotterdam en Silent Landscape I in Buro Leeuwarden. Ze was eveneens deelnemer en genomineerde voor de laatste Prix de Rome en toonde haar werk daarvoor in Witte de With in Rotterdam. Zij heeft kans gezien om de bezoeker van de installatie evenzeer te verwarren met de inhoud, de donkerte en dus de impact van haar werk, als ook een gevoel van schoonheid mee te geven. De kracht van Wenzel’s werk zit voor mij vooral in het ervaren van die paradox. Je komt niet los van het werk. Het kan je bedrukken, maar je weet ook dat er iets zeer oorspronkelijks wordt verbeeld, waar je om reden van die beeldende kwaliteit tegelijkertijd weer vrolijk van kan worden. Oorspronkelijkheid is een serum voor wankele gedachten en een misschien geraakte ziel.

Het is een evident gegeven dat wij ons met betrekking tot kunst die refereert aan bestaande, bekende beelden, regelmatig afvragen wat het onderscheid is tussen echt en onecht.

Sinds de mimesis geen doel meer vormt en de kunstenaar vrij is om de werkelijkheid naar zijn hand te zetten, ontkomen we er niet aan ons vragen over schijn en wezen te stellen. De mens is vanzelfsprekend de enige die maakt dat hijzelf, ook weer bij alle kunstmatigheid, juist vragen stelt over het hoe en waarom van kunst. Bovendien is er ook altijd die behoefte geweest aan verklaringen en uitleg over kunst.

Toch is er een zekere tegenstelling. Door die kunstmatigheid van veel beeldende kunst lijken we even zo goed mee te groeien als geïnteresseerde kijker, als ook te vervreemden en dragen wij als het ware steeds minder met ons mee. Of om nog verder te gaan: het zijn denkt in ons, zoals Heidegger het formuleerde. Taal is niet meer de enige manier om te communiceren, maar iets wat zelf spreekt in ons.

Wat doe je met kunstwerken die je door hun imponerende verschijningsvorm in een hoek drukken waar je door middel van de bevrijding door de taal, dat wil zeggen door een verklaring te vinden, graag uit zou willen komen? Hoe vind je de woorden en hoe leg je uit dat je als interpreet niet streeft naar waterdichte formuleringen, maar naar meningen en verklaarde gevoelens die je heen en weer slingeren volgens natuurlijk processen? Dat wil zeggen grillig en meanderend.

Door deze zinnen wordt de installatie this is not a love song die Anne Wenzel maakt in Kunstvereniging Diepenheim eigenlijk van een mening voorzien. Een mening namelijk als van een open water, dat wil zeggen niet expliciet, niet verklarend en duidelijk duidend, maar empathisch, voedend en zo risicovol dat het kan zijn dat ik de plank volledig mis sla. Wenzel’s dreigende driedimensionale drama’s, daar is het woord weer, van keramiek roepen soms onbewust even herinneringen op aan zware filosofische theorieën. Aan natuurdichters, aan Novalis, Hölderlin (dat alles omdat je dan weet dat zij in Duitsland is geboren). Het werk onderscheidt zich in zijn hoedanigheid ook van elke op voorhand gelikte en met glamour geladen presentatie. Misschien heeft Anne Wenzel deze manier van werken, die af en toe ook wel schurkt tegen Romantiek met de daar aan inherente zwaarmoedigheid, juist kunnen vinden omdat ze, nu in Nederland wonend en werkend, niet direct de ‘druk’ van haar eigen Duitse geschiedenis voelt? En dus ‘hemmungslos’ Duits romantisch kan zijn.

De scherpte van de installatie zit hem natuurlijk niet in dat letterlijk scherpe van de keramiek beelden. Die scherpte is metaforisch in haar visie op wat kunst moet zijn. De vermaterialisering van ideeën, naar het natuurlijke materiaal klei, verhoudt zich op een even romantische als praktische manier tot de wereld om ons heen. Wenzel’s werken zijn niet behaaglijk, ze zijn vaak brutaal en rauw. Soms zijn ze heel even lieflijk, zoals ze in ouder werk een meisje verbeeldde of een zielig hertje, maar de installatie in Diepenheim doet een ander beroep op de beleving van de kijker. Je moet er in en omheen en je laten onverweldigen door die dramatische inhoud. De gevallen kroonluchter, Höllenhunde en ook op de bovenverdieping die suggestieve geëxplodeerde auto’s, vertellen een verhaal over aspecten van het menselijke handelen. De mens zelf is even afwezig. Het drama wordt hier met residuen van menselijk ingrijpen en handelen in optima forma verteld. Uiteindelijk lijkt de hele installatie op zijn minst een beeldende Love Song aan de kunst. En vermoedelijk gaat het daarom.

Arno Kramer

Credits

Fotografie
Henk Kamperman