Archief

HERMAN
DE
VRIES

vergankelijkheid/vergänglichkeit

Het werk van herman de vries (Alkmaar 1931) is de afgelopen tien jaar slechts sporadisch in Nederlandse musea te zien geweest. Aan het einde van de jaren zestig, na een periode waarin hij onder meer betrokken is bij de ‘nulgroep’, trekt de vries zich terug uit het Nederlandse kunstcircuit en vestigt zich uiteindelijk in het Duitse Steigerwald.

herman de vries wordt in eerste instantie opgeleid tot onderzoeker en werkt als wetenschappelijk medewerker bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen, later bij het Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur in Arnhem. Reeds in de vroege jaren vijftig begint zijn werk als beeldend kunstenaar. Aan het einde van de jaren zestig kiest hij definitief voor het kunstenaarsbestaan.
Vanaf dezelfde tijd trekt herman de vries in een reeks steeds uitgebreidere reizen de halve wereld over, door Europa, het nabije en verre Oosten en Afrika. Het reizen houdt voor hem een belangrijke persoonlijke en artistieke ontplooiing in.
In het statement ‘my poetry is the world’ uit 1972 vat de vries de wereld en alles wat tot de ons omringende werkelijkheid behoort op als een reservoir waaruit hij zijn mogelijkheden put.
Vanuit het doel deze werkelijkheid te tonen zoals die zich voordoet, zonder tussenkomst van de menselijke blik, manifesteert zich de natuur in de vries’ werk als een ‘voor zich sprekende realiteit’. Verzamelingen van bijvoorbeeld bladeren van een plant of boom worden op seriële wijze op een blad papier geordend. Bij het verzamelen speelt de keuze van de kunstenaar een rol, het ordenen echter is altijd objectief en gericht op de gelijkwaardigheid en onderlinge vergelijkbaarheid van alle elementen. Zo wordt duidelijk dat geen blad gelijk is.
Het project ‘natural relations’, waaraan de vries in de jaren tachtig werkt, is een verzameling van tweeduizend planten of plantendelen, waaraan geneeskrachtige of geestverruimende eigenschappen worden toegeschreven. ‘natural relations’ is een interdisciplinair project van botanie, etnologie, mythologie, religieuze geschiedenis en farmacologie. De monumentale catalogus die van het project is uitgebracht, omvat naast een visuele neerslag ook de van generatie op generatie mondeling overgedragen kennis van de plantenwereld.

In de jaren negentig realiseert herman de vries enkele grotere projecten in de openbare ruimte, zoals de ‘sanctuaria’ in Stuttgart (1993) en Münster (1997); voor mensen niet te betreden, maar wel te bekijken terreinen waar de natuur haar gang kan gaan. Ook hier is de natuur een voor zich sprekende realiteit. Of, zoals de vries het zelf formuleert: ‘het medium is uitgeschakeld, de werkelijkheid is haar eigen medium, de toeschouwer vrij…’.

De tentoonstelling ‘vergankelijkheid’ is georganiseerd in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Hier vindt in dezelfde periode de tentoonstelling ‘reizen 1970-1998. documents of a stream’ van herman de vries plaats. Beide tentoonstellingen hebben een thematisch uitgangspunt.
‘reizen 1970-1998’ toont een overzicht van het werk dat is ontstaan tijdens of naar aanleiding van de vele reizen die herman de vries vanaf circa 1970 heeft gemaakt. De ondertitel ‘documents of a stream’ is ontleend aan een gelijknamig ‘schetsboek’, waarmee de vries tijdens een reis naar India in 1976 begint en dat niet zozeer schetsen of notities bevat, maar onderweg gevonden objecten, variërend van monsters straatstof via verzamelde plantenbladeren tot zogenoemde artefacten: objecten van menselijke oorsprong, die weer opgenomen zijn in de kringloop van de natuur. Het schetsboek toont, evenals de overige werken in de tentoonstelling, herman de vries’ positie als een ‘verzamelaar’ van ‘documenten van de werkelijkheid’ en daarmee van het continue proces van het leven.
In ‘vergankelijkheid’ wordt uit dit proces vooral het aspect van verval getoond, in onder meer verweerde boomstammetjes, uitwrijvingen van as op papier en een bodeminstallatie van veldbloemen. De objecten in de tentoonstelling laten vergankelijkheid zien als noodzakelijk onderdeel van de levenscyclus van ontstaan, groei en verval, zoals een vernietigde slagboom, waarvan de resten worden getoond, weer nieuwe wegen mogelijk maakt.