'

Archief

 

AanZet! 2008

Danitsja van Dijk • Remco Dikken • Sebastian Gräve • Kim Habers • Tjarieke Knot • Pieter Vantilborgh • Levi van Veluw • Larissa van Zanen

Acht beeldend kunstenaars afgestudeerd aan één van de drie ArtEZ academies (Arnhem, Enschede en Zwolle) tonen hun door de jury geselecteerde afstudeerwerken.

De onafhankelijke jury bestaat uit voorzitter Hanne Hagenaars (kunsthistoricus, hoofdredacteur Mr. Motley), Paul Kooiker (fotograaf, beeldend kunstenaar) en Erik Mattijsen (beeldend kunstenaar). Zij bezochten de eindexamenexposities van de afdelingen voor vrije kunsten op de drie ArtEZ academies. Op 10 november 2007 maakt de winnaar van AanZet! 2007, Philip Jonker, de vier genomineerden voor AanZet! 2008 bekend, waarna de juryvoorzitter het juryrapport voorleest.

De deelnemers aan AanZet! 2008 zijn: Danitsja van Dijk, Kim Habers, Tjarieke Knot, Larissa van Zanen (CABK ArtEZ academie voor beeldende kunsten Zwolle), Remco Dikken, Sebastian Gräve, Pieter Vantilborgh (AKI ArtEZ academie voor beeldende kunsten Enschede) en Levi van Veluw (ArtEZ academie voor beeldende kunsten Arnhem).

Uitgangspunt van deze kunstprijs is dat de A1-organisatie beginnende beeldend kunstenaars aanmoedigt, uitdaagt en bekroont. Hoe dan? De vier genomineerden krijgen de opdracht om tijdens een werkperiode in een eigen atelier bij de deelnemende kunstinstellingen nieuw werk te maken voor een solotentoonstelling. Zowel de werkperiode als de tentoonstellingen worden vastgelegd in een publicatie. De bekroning bestaat uit een geldbedrag van 4.000 euro. De jury bezoekt de genomineerden tijdens de werkperiode, beoordeelt de tentoonstellingen en kiest vervolgens de winnaar.

Linda Nieuwstad (winnaar 2006) over de werkperiode
“Het is een hele nieuwe ervaring en geeft absoluut een stimulans om te produceren. Ik heb in korte tijd veel geleerd over de kunstpraktijk en over hoe je je als kunstenaar moet redden.”

AanZet! 2008
start:
selectie kandidaten juli 07
aanmoediging:
tentoonstelling nov. – dec. 07
uitdaging:
werkperiode jan. – apr. 08
solo-expositie apr. 08
bekroning:
prijsuitreiking mei 08

Genomineerd werden: Danitsja van Dijk, Sebastian Gräve, Kim Habers en Larissa van Zanen. Kim Habers won AanZet! 2008.

Danitsja van Dijk (1977)
Danitsja van Dijk specialiseerde zich in het creëren van ruimtelijke installaties. Haar eindexamenpresentatie bestond uit een opvallende en monumentale installatie van plastic zeil rond een houten frame, met uit plastic tassen geconstrueerde uitstulpingen daarin. Deze waren door middel van lucht in vorm gebracht. De installatie begon in het gebouw en zette zich buiten voort. Daarnaast toonde de kunstenares een groot uit rietjes opgebouwd driedimensionaal object. De fluorescerende kleuren van de in elkaar gestoken rietjes vormen lange, kleurige lijnen die tezamen een ronde, fragiele bal uitbeelden. Beide installaties kenmerken zich door een beheersing van de ruimte en door een inventief (her)gebruik van ogenschijnlijk waardeloze materialen.

Kim Habers (1979)
De monumentale tekeningen van Kim Habers gaan over lijn en lijnvoering. Maar ook over de illusie van ruimte op het platte vlak. Haar tekeningen tonen op het eerste gezicht een chaotisch wirwar van lijnen, van oneindigheid en beweging, vergelijkbaar met bepaalde tekeningen van Leonardo da Vinci. In tweede instantie echter lijkt de beschouwer ruimtelijke vormen te ontwarren en constructies gevormd door lijnen, herhalingen, ritmes en structuren. De kunstenares appelleert hiermee aan de verbeeldingskracht van de beschouwer om aan deze illusoire wereld invulling te geven. De leegte die zij ervaart, wil zij door middel van haar tekeningen vullen met aanleidingen tot fantaseren, als een venster op een andere wereld.

Tjarieke Knot (1980)
Tjarieke Knot omschrijft haar werk als ‘ruimtelijke tekeningen’. “Je zou de ruimte kunnen zien als een leeg vel papier en de onderdelen die ik aanbreng in de ruimte als de potloodlijnen die ik op het papier zet. Samen vormen ze de tekening”. Haar handschrift is uiterst

subtiel, poëtisch en van een lichtheid, die van de beschouwer vraagt zijn kijken telkens te herijken. Is het wat of is het niets? De ruimte en vooral ook de lichtval in die ruimte bepalen mede het uiteindelijke beeld van haar installaties. Deze zijn opgebouwd uit ‘objets trouvés’, uit waardeloze en kwetsbare materialen als papiertjes, ijzerdraad, stof, stukjes glas of pvc-buis en uit het licht van het moment. Ze verwonderen en fascineren tegelijkertijd.

Larissa van Zanen (1985)
Van de doeken van Larissa van Zanen lijkt het plezier in het schilderen af te spatten. Kleur, contrast, materie en penseelstreek dringen zich aan de kijker op. De abstracte schilderijen tonen een wirwar van vormen en vlakken die over elkaar heen gelegd zijn. Toch is de kunstenares erin geslaagd orde te scheppen in de schijnbare chaos op het doek. De schilderijen zijn opgebouwd vanuit een helder fond, waarin donkere en neutraal gekleurde vlakken overheersen. De vaak fel gekleurde grillige vormen en lijnen die over dat fond zijn aangebracht zijn één en al beweging en energie. De compositie lijkt op het eerste gezicht willekeurig, maar is dat bij nader inzien niet. Herhalingen van kleur en vorm en verbindingen in lijnen smeden de compositie tot een eenheid.

Remco Dikken (1981)
De schilderijen en tekeningen van Remco Dikken laten een voorkeur voor het alledaagse zien, voor onderwerpen uit zijn directe omgeving. Verstilde taferelen van alledaagse voorwerpen en situaties in zorgvuldig opgebouwde composities. De groepen kleine tekeningen verhouden zich tot elkaar als onderdelen van een beweging of verhaal, waaraan de kijker zelf invulling kan geven. De kunstenaar lijkt beelden ver weg en dichtbij af te wisselen. In de tekeningen is het vooral het handschrift van de lijnvoering dat het beeld bepaalt, in de schilderijen en aquarellen zijn het de, soms met een sterke contour omkaderde, kleurvlakken en de vrij eenduidige vormen. De kunstenaar weet in zijn werk duidelijke sfeerbeelden op te roepen.

Sebastian Gräve (1980)
“Is het zwarte gat een uitgang, of juist de poort naar een donkere wereld, een wereld waarin van alles besloten zit?” Sebastian Gräve stelt zich tot doel om beelden, gedachten en ideeën uit die besloten wereld te ontfutselen. Een ‘zwartlicht projectie’ en een ‘hoogzit’ waren de zeer uiteenlopende projecten die hij toonde. De gemeenschappelijke noemer van beide kunstwerken is dat het accent op beleving of ervaring ligt. De ‘hoogzit’ was een verwijzing naar een jagershut op hoge palen, die uitzicht bood op de entree van de AKI. Vanaf grote hoogte kon men nog een laatste blik werpen op de academie en haar in het vizier nemen. De ‘zwart lichtprojectie’ speelde zich af in een donkere ruimte, waar licht en niet-licht (=zwart licht!) op een wand konden worden waargenomen. Dit werk bevraagt het kijken van de beschouwer en zijn of haar zijn in de ruimte.

Pieter Vantilborgh (1984)
In het werk van Pieter Vantilborgh komen beeldende kunst, design en architectuur samen. Hij verkent uitdrukkelijk de grenzen tussen deze disciplines. De kunstenaar zet de kijker graag op het verkeerde been en heeft een behoorlijke dosis humor. Het project ‘Diamond Based Speedboat’ voerde Pieter Vantilborgh ooit uit in een huiskamer in Antwerpen. Het object vulde de ruimte van de kamer in zijn totaliteit en was zeer knap uitgevoerd in hout en strak gespoten met verf. Dit object heeft hij met grote precisie in delen gezaagd. Door die delen, zoals bijvoorbeeld de buitenboordmotor, hangend en in geheel andere context, verbonden door zwarte lijnen tegen een wand van de AKI te tonen, ontstond een nieuw werk.

Levi van Veluw (1985)
In de serie ‘Ballpoint’ toont fotograaf Levi van Veluw zijn zelfportret met in blauwe balpen uitgevoerde blokken, stippen, lijnen en spiralen. Daarmee transformeert hij het portret, het subject tot een object, een driedimensionale vorm waarop figuren zijn aangebracht. Zijn werk gaat over vorm, kleur en huid en daarmee over het creatieve proces van de kunstenaar. De kunstenaar is houder van de idee achter het werk en tegelijkertijd drager van het beeld. Die dubbele lading, het verschuiven van subject naar object, de fotograaf als model en als drager van het door hem zelf aangebrachte beeld, typeert het werk van Levi van Veluw. Hoewel het zelfportret als zodanig herkenbaar blijft, is de fysionomie ondergeschikt gemaakt aan de vorm.